zaterdag 24 september 2016

Reis naar Trapani Sicilë 2016

Trapani 2016 dag 1 Arnhem - Keulen, 165 km Regen in ochtend, middag en avond grotendeels droog Om kwart voor tien kan ik op de fiets stappen. Gelukkig is het droog als ik vertrek maar al binnen anderhalve kilometer kan ik controleren of de regenuitrusting compleet is. Tot Kleve blijft het nat, daarna droog en er verschijnt zelfs een waterig zonnetje. En na de tegenwind in de ochtend heb ik neutrale wind en af en toe en duw in de rug. Later op de middag nog een hoosbui. De eerste dag op de fiets naar het Zuiden is altijd saai. Het enige wat opvalt is dat veel Duitsers met een Duitse vlag op de auto rijden en veel Turken met een Turkse vlag. Er zal wel iets aan de hand zijn. Na ongeveer 150 km in Dormagen zoek ik een hotel. Maar de plaatselijke hotels passen niet bij mijn stand en budget. Ze zijn onder mijn stand en boven mijn budget, een onfortuinlijke combinatie. Ik besluit door te fietsen, Keulen is nog minder dan 30 km. Mijn budgettaire discipline wordt beloond met een flinke hoosbui en onweer en in die situatie ontdek ik hotel Thomas in de periferie van deze grote stad. De weersomstandigheden en het tijdstip, rond half negen, zijn ongunstig voor mijn onderhandelingspositie. Maar het lukt toch om de prijs van € 65 naar 50 terug te brengen. In het bijbehorende café staat een Duitser die Nederlands spreekt en die het dol vindt dat ik naar Italië fiets. Ik laat bier, een Wener schijf en rode wijn aanrukken. Trapani 2016 dag 2 Keulen - St. Goar 150 km Droog, wind tegen Om kwart voor acht op de fiets. Na een half uur kan de jas al uit. De route, die ik van het internet had geplukt voert mij door mooie parken in Keulen. Hier en daar moet ik van de route direct langs de Rijn afwijken vanwege het hoge water. Bij Linz steek ik over naar de Westelijke zijde, maar hier valt helemaal niet langs de Rijn te fietsen. Dus ik moet voortdurend zoeken. Iets na drie kom ik pas in Koblenz. Vanaf daar kan ik wel langs de Rijn, waarbij een klein stukje door ondiep water. Daar ontmoet ik een echtpaar op tandem uit Opperdoes. Zij zijn al een week onderweg en hopen eind juli in Rome aan te komen. In St Goar vind ik een hotel waarvoor ik flink moet stijgen. De Bockwurst en het grote glas bier, om een dreigende hongerklop krachtig de kop in te drukken, werken nu niet mee. Ik loop dus voor een deel de zeer steile heuvel. Daar ligt een erg leuk hotel in het rustig dorpje Biebernheim. Dat is beter dan in het dorpje aan de Rijn. Daar heb je last van de doorgaande weg en vooral van de treinen die dag en nacht doorrijden. De waardin vraagt € 5 meer dan Booking.com, maar mijn aanbod om via Booking te reserveren werkte. Rond half zeven ben ik binnen. Trapani dag 3 St Goar - Altrip 153 km Droog, wind mee Vandaag doe ik het rustig aan en zit ik pas om kwart voor negen op de fiets. Al snel zie ik waarom het stijgen gisteren wat moeizaam ging. Het waren niet alleen de vermoeidheid en het glas bier, ook de stijging van maar liefst 17% speelde mij parten. Gelukkig vandaag de wind in de rug zodat ik met weinig moeite toch nog goed vooruit kom. Wel weer enkele wegen onder water en ook vrij veel zandwegen met veel modder en enorme plassen. Verder vrij saai vandaag. Ruim voorbij Ludwigshafen wordt ik aangesproken door een fietser die mij aanraadt verder naar Speyer te rijden, het is slechts 15 km, maar de borden zeggen 25 km. Ik zit in een relatief onbewoond gebied met weinig hotels. Vlak bij Altrip zoek ik bij Booking.com, uiteindelijk toch de beste. Het enige hotel is Darstein en Booking zegt dat het afgeprijsd is van € 83 tot 70. Als er aankom blijk ik een kamer voor € 52 te kunnen krijgen. Die hogere prijzen kloppen wel, het hotel is erg luxueus. Trapani dag 4 Altrip - Weil der Stadt 123 km Droog, zwakke wind tegen Ik kan gelijk zonder jas starten om kwart voor acht na een uitstekend ontbijt. Niet lang na Speyer, waar ik nog langs de historische Dom rijdt, destijds de grootste van Europa, begint het te stijgen en dalen. Er zijn ook veel bospaden, niet alle verhard. De stijgingen vallen mee, totaal 830 m. Onverhard gaat het tot 8% en verhard tot 12%. En ja, nu kon ik op de fiets blijven ;-). Vanmiddag mijn eerste lekke band, de vorige reis naar Trapani meegerekend. Oorzaak was een stukje glas. Om half vijf rijd ik langs het hotel waar ik de vorige keer op de vierde dag sliep. Ik heb dus tot nu toe veel meer kilometers gemaakt, maar niet efficiënter gereden. Dat vraagt om evaluatie. Rond zes uur ga ik maar een kamer zoeken nu ik toch in een wat groter plaatsje ben. Voorlopig zijn er alleen maar kleine plaatsjes langs de route, het risico voorlopig niets te vinden acht ik te hoog. Wat mij opvalt is dat ik sinds eergisteren geen Nederlandse Romereizigers meer heb ingehaald. Twee jaar geleden waren dat er enkele per dag! Vermoedelijk komt dit omdat ik de route 2015 neem en de route 2016 loopt anders. Ik zie overigens ook heel weinig fietsreizigers bij de tegenliggers. Trapani dag 5 Weil der Stadt - Deggenhausertal 160 km Droog, flinke wind tegen, fris Om kwart over zeven zit ik op de fiets, zonder ontbijt. Om een of andere reden loopt het vandaag veel gemakkelijker ondanks hardere tegenwind en meer hoogtemeters, nu 1311 hm. De fietspaden zijn beter en langer en af en toe kan ik een kortere weg nemen. Maar ook vandaag de nodige onverharde paden. Voor drie uur kom ik in Sigmaringen. Hier weet ik nog een geweldige Ijszaak waar ze o.a. fantastisch chocolade ijs hebben. Van hieruit volg ik de Donau. Bij het verlaten van de Rijn bij Speyer zou het mij niet lukken een golfbal over de rivier te slaan, zelfs niet bij wind mee. Hier bij de Donau zou een PW ruim voldoende zijn! Op een afstand van minder dan 20 km naar het Bodenmeer vind ik een prima hotel. Morgen kan het land der Duitsers verlaten en hopelijk kan ik overmorgen Italië binnenrijden (je moet optimistisch blijven). Trapani 2016 dag 6 Deggenhausertal - Domat/Ems 168 km Warm en onbewolkt, grotendeels wind mee Voor acht uur zit ik op de fiets zonder jasje. De lucht is staalblauw, bijna geen wolkje aan de lucht. Al na een half uur haal ik Theo in. Hij zat op de camping tegenover het hotel en at in het hotel. Ik zag hem bezig met een routeboekje voor fietsers en maakte een praatje met hem. Hij komt uit Brabant, fietst 10.000 km per jaar en is vooral Theo-fiel. Het gesprek is dus nogal eenzijdig. Theo is een jaar ouder dan ik en dus nog van de oude stempel. Zijn dagelijkse verslagen schrijft hij nog met een pen in een schrift en met Pritt (ik wist niet dat het nog te koop was) plakt hij bonnetjes en papieren onderzettertjes erbij. Ook vanochtend is het gesprek eenzijdig en bij het eerste heuveltje, waar hij kennelijk moeite mee heeft, neem ik zijn suggestie over om mijn eigen tempo te rijden. Hoewel ik al dicht bij het Bodenmeer zit, loopt de route vrijwel parallel en zie ik het water pas na 30 km. Aan de oevers ligt veel wrakhout dat uit de bergen is meegevoerd. Om 12 u verlaat ik Bregenz al, vorig jaar was dit de eindbestemming op de zesde dag. Hier ga ik over op de route van de Rome-reis van Paul Benjaminse. Eerst wel tien km over een grindpad van matige kwaliteit. Dan een kort maar heftig klimmetje tot 12% om in Lichtenstein te komen. De malloot doet er alles aan om route door zoveel mogelijk landen te laten lopen, denk ik. Vandaag fiets ik in D, A, CH en FL. Bij een wegopbreking, waarbij men de hele weg afsluit, kan men wat van ons leren: op borden aangeven hoe je om moet rijden. Ook in Zuid-Duitsland is men nog niet op dit idee gekomen. Een Lichtensteiner helpt mij en rijdt zelfs met zijn e-bike een stuk met mij mee. We komen op een dijk langs de Rijn, een prachtig stukje weg waar we ook de wind in de rug hebben. Tot Chur is het vrijwel vlak. Ondertussen wijst hij me de woning (kasteel) van de vorst Franz-Joseph en vertelt me over de Lichtensteiner democratie. Er wonen 35.000 mensen in Lichtenstein en er zijn 37.000 arbeidsplaatsen. Dus elke dag reizen duizenden buitenlanders in om te werken. Om half zes kom ik aan in Chur en dan blijkt voor de tweede keer dat ik een lekke band heb. Gelukkig sta ik bij een fontein in het avondzonnetje. Het is maar een heel klein gaatje en ik kan de band in de fontein houden om het gaatje op te zoeken. Ik wordt drie keer gewezen op een fietsenmaker die een kilometer verderop zijn handel drijft. Mijn antwoord dat echte mannen zelf hun banden plakken leidt niet tot herkenning en instemming. Er staan al 156 km's op de teller, maar ik fiets nog maar even door. Dan zal ik wel een eenvoudig en betaalbaar landelijk pensionnetje tegen komen. Om zeven uur zie ik hotel Sternen *** en ik besluit hier neer te strijken. Ze vragen CF 95 voor een ruime maar gedateerde kamer. De Zwitsers zijn duidelijk bezig zich uit de markt te prijzen. Bij de overbuurman, Italianen, kost de goedkoopste pizza € 17. De inrichting is sober met neonlicht en plastic tafelkleden. Tja. Het is overigens een erg lekkere pizza. Morgen zo snel mogelijk dit land verlaten, maar dan moet ik wel een serieuze pas (Splügen) bedwingen. Trapani 2016 dag 7 Domat (CH) - Bellano (I) 134 km Onbewolkt, grotendeels wind mee Het hotel was zonder ontbijt, dus eerst maar fietsen. De route loopt grotendeels door bos met onverharde paden en enkele stevige klimmetjes. Ik zie er nog een ree lopen en een heel grote roofvogel vliegen, vermoedelijk een adelaar. Na een uur kom ik in Thusis. Van de richting waar ik vandaan komt is het een boerendorp. Als ik een jong stelletje naar een supermarkt vraag helpen ze naar het station en daar naar een lift. Ik kom uit bij een overdekt pleintje met o.a. een Coop. Als ik na mijn ontbijt wegrijd blijkt dat ik in een luxe Zwitserse hoofdstraat fiets. Daarna begint het klimmen. Rond tien uur is het al warm en met wind mee is er weinig verkoeling. Iets na twaalven ben ik in Splügen. Van laatste Zwitserse munten koop ik een karnemelk met koffiesmaak, je moet er maar opkomen. Dan begint het serieuze werk. Ik verwerk de haarspeldbochten zonder te rusten. Het is een schitterende tocht met fabuleuze vergezichten. Vlak voor de top word ik nog ingehaald door een Zwitserse die uit de buurt van Bern komt en vloeiend Frans spreekt. De Splügenpas is een serieuze klim waarbij je meermalen denkt dat de top nabij is, maar achter nieuwe bochten openen zich nieuwe vergezichten met meer haarspeldbochten. Op ruim 2100 meter komt eindelijk de pas en de grens met Italië. Het is dan tien over twee. Een uur later sta ik in Chiavenna. Daar vergeet ik flappen te tappen. Ik drink er wel een cola op een terras aan de beroemde rotonde waar de Splügenpas eindigt. In elk van de drie toiletten is nauwelijks papier meer aanwezig. Het enige toilet dat nog wel wil spoelen heeft geen bril. Welkom in Italië. In Corte aan het Comomeer vind ik en Albergo maar die zit vol. De herbergier belt nog met een collega, maar er blijkt geen bank te zijn om geld te tappen, daarvoor moet ik terug naar Colico. Dan maar liever verder naar Dervio, twee plaatsen verder naar het Zuiden. Daar vind ik wel een bank maar geen hotel. En zo kom ik om half acht aan in Bellano, bijna halverwege het Meer aan de Oostzijde. Daar vind ik een erg eenvoudige albergo boven een Pizzeria. Ik zie grote zoutvlekken in mijn shirt, dus morgen maar een luxer hotel en eerder stoppen met fietsen. De douche op de gang heeft nog een lavet. Voor degenen die daar niet mee bekend zijn, het is een douchebak met hoge instap en twee niveaus die de minste onbedachtzaamheid terstond afstraffen. Ik had het sinds 1960 niet meer gezien. De pizza kost minder dan de helft van die van gisteren en smaakt veel beter. Het is in de late avond nog steeds erg warm, ook buiten. Trapani 2016 dag 8 Bellano - Paderno Franciacorta 143 km Zeer warm en bijna windstil Voor acht ben ik weer weg. Lekker langs het meer in Zuidelijke richting, het schiet goed op. Benjaminse stuurt de reiziger op de boot naar Bellagio, maar dat doe ik natuurlijk niet, waarom de volle vaart onderbreken? Ik passeer enkele tunnels (galeria), geen probleem. Vlak voor Lecco gaat de weg over in vierbaans, nog steeds geen probleem. Maar dan duikt de weg ondergronds en kilometers lang rijd ik de auto's in de weg. Wat ben ik blij als het voorbij is. Ik heb mijn portie fijnstof voor de komende jaren wel gehad. Ik sla een paar keer af en volg richting Centrum, en verdraaid, zit ik weer in een kilometerslange tunnel. Aan het einde blijkt ook nog dat ik geen klap ben opgeschoten. Daarna, na ruim 40 km lust ik wel een ontbijt en gelukkig zie ik een supermarkt. Daarna volg ik de route die al snel langs de rivier Adda loopt. Het fietspad is wisselend van kwaliteit, maar grotendeels ronduit beroerd en op vele plaatsen nog veel erger dan dat. Grote gaten zijn gedicht met een kwak veel te grof grind, grote modderpoelen, betonrichels bij bruggen, rotspunten die uit het pad omhoog uitsteken, etc. Maar verder is deze tocht van enkele tientallen kilometers heerlijk in de schaduw van bomen en naast verkoelend water. In Trezzo sull' Adda gebruik ik een heerlijke lunch en salade van het buffet op een terras aan het water. De teller staat op 75 km en de tocht gaat verder in de brandende zon. Na een uur stop is voor een ijsje en water en na weer een uur stop ik voor chips en water. Ik moet het zout bijvullen. Ik drink vandaag meer dan 6 liter water! Om half vijf wil ik na 110 km wel ophouden maar ik fiets toch nog maar 10 verder naar het Iseomeer. Daar kom ik aan bij de Oostkant van Iseo en fiets verder naar Noord-Oost langs het meer. Verschillende pogingen een albergo te vinden lopen op niets uit. Terug naar Iseo vind ik niet aantrekkelijk, dan maar door richting Brescia. Als ik in Padeno Franciacorte voor het spoor wacht plant een Mercedesrijder zijn auto vlak naast mij. Als ik hem naar een albergo vraagt zegt hij dat ik achter hem aan moet rijden. Zijn buurvrouw heeft een B&B maar zit helaas vol. Dan is hij zo vriendelijk om mij voor te rijden naar het enige hotel in dit gehucht. Dat is toch bijzonder aardig. Trapani 2016 dag 9 Paderna Franciacorta - Concordia 156 km Erg warm en benauwd, op het laatst wind tegen Als ik om acht uur vertrek is het al snikheet. De wegen zijn vandaag veel beter dan gisteren, dus het schiet goed op. Om half een, na 73 km, zie ik een bordje met Ristorante naar rechts. Het blijkt in het dorpje Campagnolo te zijn. Ik rijd er bijna voorbij. Gelukkig zie ik plots tafels staan, dus maar even kijken. Verscholen achter een haag en onder een luifel is een prachtig terras, heerlijk om te zitten. Ik krijg heerlijk geroosterd brood met tomatenstukjes op één ervan. De penne al arrabiata is buitengewoon. Als service van de zaak krijg ik nog een buitengewoon lekker ijsje. Daarna vlijtig verder fietsen. Ik kom nog een Italiaan tegen die goed Engels spreekt en traint voor de Donau-route. Dan wordt ik ingehaald door een racefietser die vandaag 140 km fietst. We rijden samen op en dat is goed voor de snelheid. Iets na drie ben ik in Mantova, een leuke oude stad. Ik zou na 120-130 km wel willen stoppen, net na het oversteken van de Po. Maar pas bij 140 km zie ik een dorpje met hotel, Quistello. Maar er wordt iets georganiseerd in het centrum en het hotel zit vol. Buiten het dorp is nog een hotel, maar daar is een bruiloft, dus ook vol. Dan maar doorfietsen naar Concordia. Daar is buiten het stadje een zakenhotel met ruim voldoende vrije kamers. Trapani 2016 dag 10 Concordia - Porretta 142 km Erg warm Na een prima ontbijt met o.a. vers fruit en muesli om acht uur weg. De aardige portier voorziet me nog van vers water in de bidons. Voor tien uur ben ik na bijna 40 km in Modena. Er is markt in het centrum en het begint drukker te worden. In een zijstraatje van het marktplein kom ik kennelijk in een populair koffiehuis. De uitbaatster is continue bezig, de klanten moeten het zelf afhalen. De cappuccino is prima, de torta al lemon is fabuleus. Daarna snel verder. Mijn techniek om af en toe wat van de route af te snijden, tot nu toe succesvol, moet ik nu betalen met vier kilometer terugfietsen. De weg die ik had willen nemen is een snelweg en bovendien kan ik er niet op omdat hij over de weg loopt van waar ik links af had willen slaan. Bij ruim 70 km toeristenlunch met voortreffelijke pasta, 2 flessen aqua (ipv aqua en wijn), ijs en koffie voor €11. Dan begint het stijgen over de Apenijnen. De hellingen zijn goed te doen, meestal rond 5%. De eerste top is op 430 hoogtemeters. Maar het is geen top, het gaat gewoon door met af en toe een daling van 10 of enkele tientallen meters. Uiteindelijk gaat het zo door tot boven de 900 meter. Er zijn voortdurend prachtige vergezichten over een leeg en zeer afwisselend landschap. Bij deze weidsheid en afwisselingen verbleken de Ardennen en Eiffel en het Sauerland en ... Het gebied is maar weinig toeristisch, en toch zo overweldigend mooi! Je raakt wat oververhit op de fiets met dit weer, maar op deze manier kun je toch het beste alle dimensies op je in laten werken. Het laatste stuk gaat bergaf en ik verlies ruim 500 hoogte meters maar het schiet wel op. Trapani 2016 dag 11 Porretta - Lucca 102 km Warm Via naviki.org had Ik het hoogteprofiel bekeken van de weg naar Pistoia en de klim zou tot boven de 1000 meter gaan. Mijn gps-toestel kwam niet veel hoger dan 700 meter, dus dat viel mee. Ook de temperatuur was vandaag gunstiger, maximaal 30 graden. De tocht ging nu door bebost terrein zonder de mooie vergezichten van gisteren. Dit was twee jaar geleden ook het geval, het Noordoostelijke deel van de Apenijnen is veel aantrekkelijker dan het Zuidwestelijke deel. Toeval? Om iets na tien uur zat ik al aan de koffie in Pistoia, overigens een leuke stad. Gebeld met vrienden B&A die bij D&T logeren dat ik daar na vier uur zou aankomen. Ook dit ging sneller dan verwacht en om drie uur zat ik vier km van Lucca en ongeveer tien km van D&T. Dus ook Lucca nog even bekeken, erg leuk maar heel veel toeristen. Om kwart over vier was ik er. Op een heel mooie plek vlak bij een middeleeuwse uitkijktoren - om de vijand te zien aankomen. Erg mooi huis met prachtig uitzicht. 's Avonds heerlijke Italiaanse gerechten gegeten buiten onder het afdak naast het zwembad. Het werd een buitengewoon genoeglijke avond waarbij menige fles ontkurkt werd. Trapani 2016 dag 12 Lucca - Siena 148 km Zeer warm, 35 graden, vrijwel geen wind Aan het ontbijt is er eenstemmigheid over het diner gisteravond: erg lekker en erg gezellig; en van niemand geweeklaag dat er te weinig gedronken werd. Na een uitvoerig ontbijt en een korte fotosessie was er een warm afscheid. Iet na negenen zit ik weer op de fiets richting Siena. Na 30 km komt Lucca steeds dichterbij en ligt Siena steeds verder weg. Na een goede start zit ik nu helemaal fout. Zou ik Siena nog halen? Dus heb ik de toeristische routes maar links laten liggen en gekozen voor de snelste weg via de doorgaande wegen. Hoe dichter bij Siena hoe mooier het landschap en hoe meer stijging. Iets na vijven reed ik Siena binnen en na een kwartier zat ik in de binnenstad. Die is zeer indrukwekkend. Bij de Duomo werd ik aangesproken door een aardige Vlaming die mijn voornaam op mijn shirt had gelezen. Hij heet ook Roel maar was niet op de fiets. Hij heeft nog wat foto's van genomen en zijn contactgegevens gegeven. Hij vertelde van een 73-jarige vriend die naar Peking fietst. Momenteel zit die in Moskou. Ik hoop dat hiermee de kritiek op mijn toch wel erg behoudende en weinig avontuurlijke plan zal verstommen. Iets na zes uur rijd ik de stad weer uit. Na bijna twee uur klimmen en eten van ijsje vind ik een B&B. Het ligt erg dicht aan de weg maar is verder prachtig en het landschap is werkelijk magnifiek! Er is slechts een klein probleem, er is geen restaurant, ook niet in de buurt. Maar voor €12 geven ze mij ingrediënten zodat ik zelf wat kan klaar maken in de compleet ingerichte keuken. Er wordt een mand bezorgd met vier eieren van eigen leg, twee tomaten, een venkelknol, een pak pasta, een stuk pecorinokaas, een fles water en nog een waterfles met daarin Chianti, de streekwijn. Later worden nog twee stukken brood gebracht. Olie en zout zijn aanwezig. Het is in ieder geval weer eens iets heel anders. En het smaakt prima, vooral de Chianti, die ik ken als een wat stuurse wijn. Overigens is het appartement verder meer dan voortreffelijk waarbij de gebruikelijke Italiaanse krakkemikkigheid ver te zoeken is. Totaal de 6-12: 993 km Totaal cum 1.744 Reis naar Trapani dag 13 Siena - Orvieto 111 km Warm, weinig wind Zonder ontbijt vertrek ik, het afscheid van de pensionhoudster is hartelijk. Het landschap is nog steeds betoverend, zo mooi en ruim en nauwelijks huizen. Na 12 km kom ik in Asciano, een heel leuk dorpje waar ik zeker een hotel had gevonden als het B&B vol was geweest. Na een yoghurt en een flesje melk te hebben gekocht ontbijt ik met mijn cruesli op een erg leuk pleintje. Ik ben net weer op weg als een jongen in wielrenkleding vraagt of ik naar Rome fiets. Hij is onderweg op dezelfde route, maar fietst 150-180 km per dag. Ik schat hem 30 jaar jonger dan ik en hij fietst per racefiets. Hij heeft de kunst van het weglaten beter ontwikkeld dan ik: hij heeft slechts een heel klein rugzakje. 's Ochtends kom ik vlak langs het stadje Montepulciano, op enkele km's afstand. Dit is bij mij bekend van de uitstekende wijnen. Dat 'monte' in de naam moet je letterlijk nemen, het stadje ligt prachtig op een berg. De route is tot twee uur vrij vlak, daarna begint een flinke klim tot 550 meter. Het aantal hoogtemeters vandaag stijgt weer ruim boven de duizend. Ik krijg er wel prachtige vergezichten voor terug. In Orvieto besluit ik te stoppen om de zenuwkwetsuur van de linker hand niet al te zeer verder te belasten. De komende dagen zal ik wat minder kilometers maken. Reis naar Trapani dag 14 Orvieto - Rome 143 km Zeer warm, weinig wind Vandaag tot voor in de middag de route van Benjaminse. Ik moet veel klimmen, rond het middag uur al bijna duizend. Dat is zoveel als de Alpe d'Huez. Aan het einde van de middag bijna tweeduizend meter, verlijkbaar met de Mt Ventoux. Veel heuvels geven ook prachtige vergezichten. Erg indrukwekkend is kasteel en stadje Soriano Nel Cimino. Het kasteel is enorm en ligt boven aan de berg Ondertussen heb ik steeds meer last van het wegdek, echt dramatisch. Via www.trivago.it en vervolgens Booking.com vind ik een hotel voor €42. Daar aangekomen vragen ze €60 en na ze gewezen te hebben op de aanbieding van booking gebeurt er niets. Het hotel heeft op dat moment geen internet en ik heb het ook niet op de telefoon. Aangezien ik in dit land maar te gast ben, lijkt het me niet gepast de herbergier verder onder druk te zetten, zodat hij verder kan gaan met datgene war hij het liefst doet, namelijk zo weinig mogelijk. Pas aan de rand van Rome vind ik een albergo. Reis naar Trapani dag 15 Rome - Latina 99 km Zeer warm, weinig wind Het hotel ligt aan de Tiber en ook de route door Rome, de EuroVelo 7 loopt langs de Tiber. Via een schitterend fietspad op de dijk van de Tiber kom ik in de binnenstad. Dat loopt gesmeerd en na een uur en 20 km ben ik voorbij het Vaticaan. Daarna probleemloos een klein stukje door de stad en vervolgens de Via Appia Antica. Dit is een smal weggetje met akelige kinderkopjes. Na enkele honderden meters is er een prachtig alternatief bij de catacomben. Na enkele km's komen de kinderkopjes weer zodat ik een alternatief zoek. Daarna kom ik weer op de EuroVelo 7. Dit fietspad is echter de gewone weg. Soms is er ruimte voor de fietser, maar lang niet altijd. Dichter bij de kanten is het wegdek vaak slechter, verbrokkeld, grote gaten of een omhoog gekomen rand. Het is vaak lastig en belastend om op het randje te blijven fietsen. Naarmate ik verder van Rome kom wordt het rustiger. Ik eindig aan de zee en vind heel snel een prima hotel. Het voelt al echt wat koeler aan door een zeewind. Morgen lekker langs de zee en overmorgen Napels. Reis naar Trapani dag 16 Latina - Castel Volturno 135 km Zeer warm, grotendeels wind mee Na een redelijk ontbijt iets na acht weer op de fiets. Even snel aan de weg langs het strand bij een Alimentari een fles water gekocht. Kost hier €1, hetgeen ik wel begrijp. Af en toe enkele kilometers fietspad langs het strand. Een ervan is geschilderd in een kleur die mij doet denken aan die van de Europese vlag, vermoedelijk als eerbetoon aan de financier. Verder op lange doorgaande wegen en wegen langs de kust met schitterende vergezichten. Wat is dit toch een prachtig land. Vooral die kustwegen zijn in de rotsige gebieden spectaculair, maar nog niet zo mooi als langs de Noordkust van Sicilië. Aan het einde van de middag vind ik gemakkelijk een hotel in de lagere prijsklasse. Het ziet er nog niet eens zo gek uit. Er is een functionerende airco. Maar de rekening kan alleen vooruit contant betaald worden. De afdekkapjes van de stopcontacten ontbreken en het ergst is dat er in de badkamer electriciteitsdraden uit de muur komen die afgedekt zijn met een stukje isolatietape. Het diner vindt plaats bij een naburige pizzeria waarbij de bodem weer een stukje dikker is geworden, de belegging weer wat rijker en de prijs weer wat lager. Het ontbijt, blijkt bij navraag, wordt pas om negen uur geserveerd. Het kan eventueel wat vroeger. Ik zeg dat ik alleen maar yoghurt en water behoef, maar yoghurt hebben ze niet. Alleen biscuits en jam. Daar hoef ik dus niet op te wachten, dan vind ik wel een supermarkt. Reis naar Trapani dag 17 Castel Volturno - Paestum 127 km Zeer warm en benauwd, 32-37 graden Vlak voor Napels vond ik een supermarkt. Heerlijk ontbijt met yoghurt en muesli. Daarna de grote stad in. Eerst 200 meter klimmen, ik vraag me sterk af of dit nodig was maar het gaf een adembenemend uitzicht. Daarna naar beneden, o.a. door nauwe en zeer steile straatjes. Na een zeer dure cappuccino en cornetto cioccolata aan de zee, dat dan weer wel, verder op weg. Dan komt het. Kinderkopjes. K i n d e r k o p j e s. Kilometer na kilometer kinderkopjes. Ze liggen er al sinds Cicero er over heen ging op weg naar Sicilië. Ik neem hierbij alles terug wat ik schreef over de Via Appia in Rome. Er hebben de afgelopen twee millennia veel reparaties plaats gevonden en de stenen zijn terug gelegd zonder rekening te houden met het oorspronkelijke verband - ze lagen in bogen. Wat zullen ze veel stenen over gehouden hebben. Maar nu is het nog beroerder om over te fietsen. Er is geen ontsnappen aan, ook de parallelwegen hebben kinderkopjes. Ik begrijp waarom er bijna geen fietsers te zien zijn. Net als de eenzame fietser murw geslagen is, volgen de reuzedominostenen, ongeveer 40 cm breed en van wisselende lengte. Deze zijn van zeer ruw basalt en diagonaal gelegd. De niveauverschillen benaderen die van onze trottoirs. Dit slaat alles, hier valt niet op te fietsen en dan heb ik nog wel relatief breed banden. Na anderhalve kilometer komen godlof de gewone kinderkopjes weer, maar grrrr slecht voor honderd meter. De dominostenen zijn groot ingekocht! Kilometer na kilometer gaat het door. Af en toe een stukje beroerd asfalt, wat een zaligheid. Mijn advies voor diegenen die ik enthousiast heb gemaakt en die ook naar Sicilië willen fietsen, ga met een zo groot mogelijke boog om Napels heen. Na deze rotwegen heeft zich volstrekt niets vermeldenswaardig meer voorgedaan. Reis naar Trapani dag 18 Paestum - Sapri 117 km Zeer warm en benauwd Inmiddels ben ik in een streek beland waar geen yoghurt wordt geserveerd bij het ontbijt. Na wat stukjes stokbrood met jam en thee vertrek ik. Na 5 km kom ik er achter dat de kamersleutel nog in mijn zak zit, er zit niets anders op dan maar terug gaan. Vlak bij het hotel zie ik de eigenaar van het hotel in zijn auto, op zoek naar mij. Het is een aardige vent die mij gisteren nog gematst had met het eten. Omdat de portemonnee bijna leeg was en er geen bank in de buurt was kreeg ik pasta, insalata mista, koffie, een grote fles water en een kwart liter rode wijn voor €15. Na mijn excuses neem ik voor de tweede keer afscheid van hem. In Paestum zijn monumentale Griekse tempels en restanten van een nederzetting te vinden. De route verloopt probleemloos door een bergachtig gebied, ondanks de hitte. Koffie in een dorpje waar ik ook flappen kan tappen. Bij een bar hangen veel ouderen rond die zitten te kaarten en zo te zien weinig consumeren. Dit heb ik in veel dorpjes gezien. Het zijn vooral mannen die mogelijk er even op uit worden gestuurd? Ik kom rond lunchtijd aan in een dorpje met meerdere barretjes en restaurants maar je kunt nergens eten! Er hangen veel mensen rond, hier zijn het vooral jongeren. De eigenaar van een bar verwijst me naar een Alimentari die voor weinig geld twee met kaas belegde broodjes verstrekt. Hij is wel verbaasd dat ik alleen kaas wil, dat heeft hij geloof ik nog niet eerder meegemaakt. Om vier uur vind ik snel een hotel in Sapri, een leuk plaatsje met een baai en een bescheiden strand. Het seizoen is duidelijk nog niet begonnen en het is nu op maandag veel rustiger op de stranden dan gisteren. Aan het einde van de middag is het heerlijk buiten maar donkere wolken pakken zich samen. Dat is lang geleden dat ik dat heb gezien. Reis naar Trapani dag 19 Sapri - Falerna Marina 150 km Zeer warm Vandaag zag ik ze weer, drie zelfs. Auto's met een luidspreker op het dak waaruit reclameteksten komen. Ze rijden langzaam door woonwijken. Helemaal verstaan deed ik het niet maar ik begreep wel dat het voor de cucina (keuken) is en .... labore subito e immediamento! Kortom, een nieuwe zegening voor de moderne huisvrouw. Tot Scalea flinke klimmen langs de kust tot 250 hoogte met spectaculaire vergezichten. Daarna vlak en saaier. Rond drie uur kom ik langs hotel Alhambra in Paola, waar ik twee jaar geleden op dag 20 neerstreek. Dat brengt mij op het idee dat ik ruim een dag voorlig op de tocht twee jaar gelden. Maar hoe zit het in kilometers? Dit jaar heb ik tot nu toe 2.626 km gefietst. Twee jaar geleden was dat tot Paola op dag 20 2.328 km. Vanmiddag passeerde ik Paola bijna 50 km geleden. Dit jaar heb ik de hoogtemeters niet geregistreerd. Maar dat zijn er veel meer geweest dit jaar, vooral in Emilia-Romagna, Toscane, Umbrië, Lazio en Campania. Daar staan slechts de bergen van Basilicata van twee jaar geleden tegenover. Maar de tocht dit jaar was tot nu toe afwisselender en landschappelijker veel fraaier. Hoe zal het de komende week verder gaan? Totaal 882 km Totaal cum 2.626 Reis naar Trapani dag 20 Falerna Marina - Messina 138 km Warm, eerste uur bewolkt De eerste 30 km zijn vrij vlak. Daarna het klimmetje naar Vibo Valentia waarvan ik me daverende hongerklop van twee jaar geleden nog goed kan herinneren. Het klimmetje stelt eigenlijk niet heel veel voor. Ik merk dat ik Zuidelijker kom aan de prijzen. In een bar betaal ik € 1,80 voor een cappuccino en een cornetto cioccolata (soort croissant met chocola). Dat is toch wel erg weinig. En wat ik ook steeds vaker zie is dat er een kassa is in een bar of gelateria waar je moet betalen. Erg kosteneffectief lijkt dit me niet. Het was overigens ook nog een erg nette bar. In de WC was er alleen geen slot op de deur, verder was alles er! Ook al doe nog zo goed je best, voor sommige mensen is het toch nog teleurstellend. Tussen de middag in de supermarkt hoor ik twee mensen met elkaar Nederlands praten. Kort daarna wordt ik door een oudere dame, een van de twee, aangesproken vanwege mijn Rabo-shirt. Zeven jaar geleden overleed haar Italiaanse echtgenoot en zijn familie kwam uit deze streek. Als ik vertel dat ik uit Arnhem ben komen fietsen vraagt ze hoe lang ik al onderweg ben, een week? Ik leg haar uit dat het toch wel wat langzamer gaat en dan realiseert ze zich dat ze er vroeger met de auto al drie dagen over deden. Maar ja, zegt ze er bij, toen waren er na Napels geen snelwegen. Als ik buiten mijn brood met lekker zoute bresaola oppeuzel komt ze er gezellig met haar zoon bij zitten. Ze vinden Zuid-Italië prima, prettige mensen en welvarend. Alleen de regelmatige stakingen van de vuilnismannen zijn erg vervelend, zoals nu ook weer. Verder vertellen ze dat je hier niet de bergen in moet gaan, dat is het gebied waar de maffia de baas is. 's Middags nog een klim tot boven de 500 m, waardoor het aantal hoogtemeters toch weer tot bijna 1400 oploopt. Dit is eigenlijk elke dag wel het geval de laatste week. Rond vijf uur zit in op de boot naar Messina en daar vind ik snel een hotel . Nog wat opmerkingen over het verkeer in Italië. Het is nog heel gebruikelijk om met de telefoon aan je oor te rijden. En ook om in de auto kinderen voorin op schoot te nemen. Automobilisten zijn zich totaal niet bewust van fietsers en scooters achter zich en naast zich. Je moet als fietser alleen rechts inhalen als de auto's stilstaan. Als je in beeld bent bij de bestuurder, dus ter hoogte van zijn/haar zijraampje, krijg je ook alle ruimte om er voor langs te gaan. Je kunt als voetganger gewoon zónder te kijken een zebrapad oplopen, er wordt vrijwel altijd gestopt. Als wij in Nederland een voorrangsweg op rijden doen we dat pas als we bestuurders op die weg niet hinderen. Italianen doen het als ze denken dat die ander nog wel kan stoppen, ook al moet hij vol in de ankers. Als Italianen hun auto ongelukkig parkeren, wat veel gebeurt, dan doen ze alleen de rechter knipperlichten uit, niet de alarmlichten. Reis naar Trapani dag 21 Messina - Caltagirone 175 km Warm weer Eerst neem ik een foto in het hotel van het prachtige marmer. Vervolgens ontbijt met een croissant en cappuccino. Dan snel de stad uit. Dat gaat heel gemakkelijk want het hotel zit in een zijstraat van de doorgaande weg naar Catania. Tot Taormina geen probleem maar om dat stadje te bekijken moet ik toch nog flink klimmen. Het is een erg leuk stadje en dat vinden de hordes toeristen ook. Dus ik ben weer snel weg. Tussen Taormina en Catania lunch ik. Bij een supermarkt koop ik wat lekkere dingen. Ik weet dat ik niet mag discrimineren, maar ik had mijn fiets op slot gezet omdat er een jongen uit donker Afrika voor de ingang van de winkel zat met zijn pet op de grond. Ook had ik mijn GPS en fietsbril meegenomen. Vaak laat ik de fietsbril in de helm zitten die ik aan het stuur hang. Als ik terug kom zijn helm en fietshandschoenen gestolen. Wie zou die vieze dingen nu willen hebben? Beide waren al oud en bijna op. Ik wilde ze eigenlijk achter laten op Sicilië. Wat ben ik blij dat ik mijn fietsbril nog heb. Met dank aan die jongen uit donker Afrika. In Catania eet ik een ijsje in het centrum om mij te bezinnen. Het is dan drie uur. Het zit mee, het ijs is verrukkelijk, ze hebben WiFi en om de hoek zit een fietsenmaker. Hij is net bezig om een hele dure fiets (uiteraard Pinarello) te verkopen aan twee potten. OK, dat is mogelijk een vooroordeel zonder grond, maar ze doen me sterk denken aan potten. En voor wie dat nog te ver gaat, ze kunnen net zo zeiken over elk detail van de fiets als een vent. Ik kijk door de winkelruit naar mijn eigen fiets, twee jaar geleden was het een overjarig model, standaard voorzien van redelijke onderdelen. In tien minuten gekocht en daar kun je toch ook een eind mee komen. Nu beginnen de dames over de achterderailleur, dat kan nog lang duren. Gelukkig krijgt de verkoper versterking en kan ik eindelijk mijn helm en handschoenen kopen. Het is inmiddels vier uur en ik heb 100 km gefietst. Ik vindt Catania een te grote stad en besluit richting Gela te rijden om na twintig km een albergo op het platte land te nemen. Maar na twintig km is er behalve het vliegveld niets te bekennen wat op een nederzetting wijst. Vijftien kilometer verder moet iets zijn. Bij een tankstation druk ik een opkomende hongerklop de kop in met een pakje Tuc, volgens mij was dat vroeger veel zouter, en een ijsje. De weg is nieuw en vlak en ik heb wind in de rug, dus het gaat als een speer. Om de vijftien a twintig km is een tankstation met een bar. Bij de volgende vul ik mijn watervoorraad aan. Bij zo'n tankstation werken een man achter de bar, een kassier en een pompbediende. Over efficiency gesproken! Inmiddels besluit ik toch maar door te fietsen naar Caltagirone, een stadje met meerdere herbergen. Dit stadje ligt aan de route. De paar alternatieve herbergen liggen te ver van de route en in de bergen, het risico dat ik tevergeefs aanklop vind ik te groot. De zon begint flink te dalen, de weg licht te stijgen en ook de wind gaat tegenwerken. Om acht uur is Caltagirone nog niet in zicht, maar de naam verschijnt al wel op de borden. Om kwart voor negen moet ik de verlichting van de fiets aan doen en ben ik flink aan het klimmen. Tegen negen uur rijd ik het stadje binnen. Ik schrik, het zijn erg nauwe en bijzonder steile straatjes met Napolitaanse dominostenen belegd. Links en rechts zijn de straatjes zo steil dat het trappen zijn. Ik wordt, als ik even loop ingehaald door een auto. Vlak voor me stopt hij en de familie stapt uit. Ik vraag de bestuurder naar een hotel en hij wil wel even meelopen. Eerst de auto in de garage. Hij moet wel tien keer heen en weer steken en raakt telkens met de bumpers net de muren niet. Werkelijk heel knap! Dan loopt hij mee, na twintig meter moeten we naar rechts en ..... slik, we staan boven aan een trap van wel zestig meter hoog! Ik hoef maar twintig meter naar beneden, waar die vrouw met dat rode bloesje zit. En de fiets? Voorzichtig meenemen, zegt hij. Ik laat de fiets toch maar even boven staan en loop met hem naar beneden. Het blijkt dat er in het stadje geen hotel is, alleen maar B&B's. Wij kloppen maar er wordt niet opengedaan. Gelukkig is er een tweede vlak bij, maar hier hetzelfde verhaal. Er staat een telefoonnummer op een bord, maar het lukt niet om met mijn telefoon te bellen. Een tweede heer bemoeit zich er inmiddels mee, maar het contact per telefoon komt niet tot stand. De tweede heer ziet op zijn smartphone dat er nog kamers vrij zijn in een andere B&B, beneden aan de trap en dan links af. Gelukkig staat mijn fiets nog boven! Ik kan ook via een andere weg naar beneden. Ik vind het adres, het is in een smal stil straatje. Ik zie alleen maar een soort poortdeur, geen verlichte ramen. Dan ontdek ik een rits deurbellen en op een ervan staat B&B Palazzo Aprile. Uit een luidspreker hoor ik: Si? Ik zeg dat ik een kamer zoek, en de stem zegt: secondo piano en vervolgens gaat de deur open. Ik kom in een grote donkere eeuwenoude binnenplaats met twee trappen. Voor de ene zit een hek, dus dat is gemakkelijk. Ik ga een lange trap op en zie prachtige booggewelven en links een open ruimte met in plaats van muur prachtige oude pilaren. De trap gaat twee keer de hoek om en dan kom ik in een vrij lange en tamelijk donkere gang waar aan het einde een jonge man wacht. Gelukkig, hij heeft een kamer voor me die er ook nog eens prima uit ziet. Hij vertelt dat het gebouw uit 1700 stamt en een stadspaleis is. Het is in inmiddels bijna half tien. Vlak bij is een een erg leuke pizzeria die om tien uur nog bijna helemaal vol zit. Reis naar Trapani dag 22 Caltagirone - Agrigento 123 km Erg warm, flinke tegenwind Pas om acht uur aan het ontbijt na een heftige dag gisteren. Ontbijt prima. De uitbater woont hier met zijn vriend samen in dit Palazzo. Daarna nog even in de oude stad gekeken en foto's gemaakt van de grote trap. Het is even zoeken om het stadje weer uit te komen. Vandaag is het harken tegen de stevige wind in. Het landschap is ook veranderd. Gisteren was het nog groen en gecultiveerd, vandaag is het dor en desolaat, eigenlijk meer wat je van Sicilië verwacht. In Gela, een industriestad, koffie. Onderweg een extra lange lunch in een bar langs de weg. Voor Agrigento vind ik geen onderkomen. Dan maar door. Dan blijkt Agrigento ook nog eens op een flinke heuvel te liggen. Dus zes km klimmen met stijgingen tot negen procent. Om zeven uur is het nog 34 graden. Bij de eerste B&B wordt niet open gedaan. Een tweede vind ik niet in de oude binnenstad. Nu zie ik wel een groot deel ervan, de winkelstraat en ook kleine steegjes waarvan sommige weer uit een trap bestaan. Op de plek waar het moet zijn, zie ik twee buurvrouwen met elkaar in gesprek, de ene op haar balkon en de andere vanuit haar raam. Ik vraag naar de B&B die ik zoek, maar een van de twee dames zegt dat ik die helemaal niet moet hebben. Ik moet beslist naar de B&B van haar vriendin, die is vlak bij. Ze loopt met me mee om te voorkomen dat ik toch nog bij de verkeerde uitkom. Maar die B&B zit vol. Vlak erbij is nog een andere. In een steegje met trap. Voor €45 heeft hij een kamer. Het ziet er een beetje kitscherig uit maar is verder perfect. Ik krijg nog een flesje prosecco als welkomstdrankje.om te eten moet ik beslist de trap af en dan naar rechts en laten weten dat ik uit B&B Palazzo del Teatro kom, ik krijg een kaartje mee. Dus ik laat onder aan de trap het restaurant links gewoon links liggen, ook al ligt het aan een leuk pleintje. Het restaurant dat ik moet hebben ligt ook aan dat pleintje in een hoek, maar heeft ook uitzicht op het landschap onder de stad. Ik heb geluk, ik zit eerste rang. En het eten is ook nog prima. Vandaag heb ik in totaal 3.062 km gefietst in het zelfde aantal dagen als de Tour de France. Zij rijden totaal 3404 km maar hoeven niet de zoeken naar een hotel of naar de weg. En zij krijgen het water gewoon uit de ploegleiderswagen. En ze hebben verder geen bagage bij zich op de fiets. En een lekker licht fietsje. En ze rijden grotendeels in het peloton uit de wind. Reis naar Trapani dag 23 Agrigento - Mazara del Vallo 120 km Zeer warm Ik kijk nog eens rond in de kamer. Het ziet er bijzonder netjes en verzorgd uit, maar veel te veel kitscherige prullaria. Ook nu is de herbergier weer duidelijk homo. Om half negen is het al 29 graden. Wat mij weer opvalt is de hoeveelheid troep langs de weg. Elke kilometer tref je wel een handvol bierflesjes aan. Sommige zijn verpulverd en een gevaar voor de fietsband. Daarnaast veel ander troep. Vaak ook heel erg veel andere troep. 's Middags toiletbezoek bij tankstation. Het is weer drama. Lichtknopje erg moeilijk te vinden, geen slot, geen wc-bril, geen handdoek, geen zeep, geen stromend water of toch als je maar lang genoeg je voet op het pedaal houdt. Ook het toiletpapier is op, bij de dames-wc idem. Van de juffrouw krijg ik een stapeltje servieten met het verzoek ze na gebruik in het emmertje te gooien. Zo ging het in Nederland tot de jaren vijftig toen er nog kranten werden gebruikt. Ook heel lastig is dat men de gewoonte heeft na de oogst van koren het veld in brand te steken. Ook verbrand men de bermen zodat de bermpaaltjes slap op de grond liggen. Je ziet er niemand in de buurt om het onder controle te houden. En als je pech hebt moet je door de rook en hitte heen fietsen. Verder valt op dat De Spar, van oorsprong een Nederlandse winkel, hier nog floreert. Ze hadden bij ons het briljante motto: kopen bij de Spar is sparen bij de koop. Morgen nog ongeveer 60 km voor de laatste etappe. Na enig zoeken vindt ik in Mazara een onderkomen. Twee nachten achter elkaar in een stadspaleis is voldoende. Ik kies voor zekerheid en neem een hotel. Dat valt niet mee. De kamer is prima maar de airco is zwak en daardoor is het broeierig benauwd op mijn kamer. Ik was mijn fietskleding, hoogst noodzakelijk maar ik kan het nergens buiten hangen. Ik zal het morgen wel nat aan moeten trekken. Er wordt mij een restaurant aanbevolen. Het is een houten keet aan de rand van een industrieterrein in the middle of nowhere. Volgends de receptionist kun je er voor €55 een complete maaltijd krijgen inclusief wijn. Ik vraag niet naar het arrangement maar bestel een grote fles water, een kwart liter witte wijn, pasta al mare, insalata mista en zwaardvis. De pasta is een normale portie maar de insalata en spada zijn bijzonder groot. Ik krijg geen kwart liter wijn maar een halve liter. Kosten: €10. Reis naar Trapani dag 24 Mazara - Trapani 54 km Zeer warm Na een warme en vooral klamme nacht is er een verrassend goed ontbijt. Daarna gaat het als een speer. In ruim twee uur heb ik al meer dan 45 km gefietst. Je vraagt je af waarom het aantal kilometers per dag vaak zo beperkt is. Vanochtend hoefde ik niet naar de weg te zoeken, het ging als vanzelf. Er stond een verfrissend windje dat niet tegenwerkte. Nauwelijks heuvels. Redelijke wegen, landschappelijk zelfs heel fraai door gehuchten en buurtschappen, langs wijngaarden en olijfgaarden. Ook vandaag op zondag worden er watermeloenen geoogst. Om kwart over elf ben ik er, het is weer gelukt. In totaal deze keer 3.236 km gefietst in 24 dagen. Dat is 134,8 km/dag gemiddeld. Deze dag betekent een zware aanslag op het gemiddelde, gisteren was het nog ruim 138 km/dag.

maandag 28 juli 2014

Op de fiets van Arnhem (Nederland) naar Trapani (Sicilië, Italië)

Week 1 reis naar Trapani Deze week was een beetje saai, hetgeen ook wel te verwachten was. Tot en met vanochtend was het weer telkens heel prettig en wind vrijwel elke dag in de rug. De eerste dagen volgde ik een route die ik via de fietsrouteplanner Naviki genereerde. Fig. 1 Zo stel je je het Ruhrgebied voor. Fig. 2 De Rijn vlak voor Koblenz. Daarbij koos ik steeds de kortste route, hetgeen door het programma letterlijk werd opgevat waardoor ik met enige regelmaat op slecht begaanbare paden kwam, vaak heel zanderig of juist met grote keien en niet zelden met forse stijging of daling. Dus besloot ik dag 3 of 4 over te gaan op een bekende route, met gevolgen. Fig. 3 Processie in Bingen. Behalve het stuk langs de Rijn tussen Bonn en Koblenz zag ik vrijwel geen andere fietreizigers. Langs de Rijn zag ik er vele tientallen, hetgeen toch een soort kuddementaliteit bij ‘deze vrijbuiters’ doet vermoeden. Fig. 4 Pont over de Rijn na Speyer. Eenmaal op de bekende Rome-route kom ik elke dag enkele Nederlanders tegen met hetzelfde reisdoel. Meestal een stel, één keer een wat oudere dame op een fiets die maar weinig jonger was dan ikzelf. Fig. 5 Burcht in Sigmaringen. Fig. 6 Bodensee. Gisteren lukte het op de zesde dag Oostenrijk te bereiken. Ik fietste langs de Bodensee en had mij net voorgenomen om na Bregenz een kamer te gaan zoeken. Toen werd ik ingehaald door een wat oudere dame op een elektrische fiets. Zij vroeg mij of ik een kamer zocht, zij had er een voor € 25 inclusief ontbijt. Bij haar thuis gekomen, keurig groot huis met grote tuin en keurige straat, bleek het zeer de moeite waard. Kleine zitkamer met keuken en koffiezetapparatuur, aparte badkamer en aparte slaapkamer. Vanuit het ene raam uitzicht op Zwitserse bergen, vanuit een ander uitzicht op Vorarlberg in Oostenrijk. Fig. 7 Grens Oostenrijk - Zwitserland. Vandaag, de zevende dag, was een andere dag, die overigens ‘gewoon’ begon. Na een heerlijk ontbijt om kwart over acht op de fiets. Al snel de jas uit, het wordt warm. Flink doorfietsen, voor vanmiddag is regen voorspeld, onweer en stormachtige buien. Om drie uur ziet de lucht zwart en begint het te regenen. Ik ben pas aan het begin van de Arlbergpas die ik graag had willen passeren. Er vallen ver weg twee klappen onweer en dan is het slechte weer overgedreven. Dus maar verder. De pas is toch zwaarder dan gedacht, heel wat stukken boven de tien procent. Dan gaat het gewicht van de bagage flink tellen. Op driekwart even rust, de koek dreigt op te raken. Wat ben ik blij met een zakje Studentenfutter dat ik zaterdag bij de Lidle had gekocht. Er zitten veel zoete dingen is als Turks fruit, kokos, banaan en rozijnen. Om vijf uur ben ik boven op de pas: 1800 meter. Het regent dan al tien minuten hard en dan vallen er heel dichtbij enkele rake onweersklappen. Dus snel het eerste hotel in. Het blijkt dat in dit dorpje – St. Christoph – alle hotels gesloten zijn. Ik neem een cola en wacht het onweer af en vervolgens in de stromende regen naar beneden naar St. Anton. Daar vind ik snel een hotel en kom klappertandend binnen. Het is flink afgekoeld. Ik haal weliswaar Landeck niet, maar dat is alleen nog maar bergaf, ongeveer 20 km? Er zullen vast nog wel dagen komen waarop ik naar een verfrissend buitje zal verlangen. In ieder geval zijn de tassen waterdicht. Week 2 reis naar Tapani De omstandigheden bij het verlaten van St Anton waren ongewijzigd. Het regende. In Landeck hield het min of meer op. Toen op weg naar de Reschenpas. Die viel tegen in de zin dat het eindeloos lang duurde voordat de echte stijging begon: meer dan 40 km! Onderweg werd ik ingehaald door twee fietsreizigers, hetgeen voor het eerst was en daarna tot nu toe ook niet meer voorkwam. Het waren twee Duitse jongens op weg naar Venetië. Ik heb nog even met ze op gefietst maar moest ze toen laten gaan. Op 1400 meter ben ik bij Norberts Höhe, maar noch qua afstand noch qua hoogte is dit de Reschenpas. Ondanks de bijzonder aantrekkelijke herberg met terras leek het me verstandig door te buffelen. Fig. 8 Italië bereikt! Om kwart voor drie ben ik boven waar tevens de grens met Italië is en de zon schijnt. Het blijft nog een tijd op en neer gaan, ik fiets op een prachtig fietspad dat loopt tot aan Verona aan de Westkant van het meer. Dan gaat het regenen en precies op tijd dient zich een herberg aan met uitzicht op het meer en de spits van het torentje van de kerk van Graun aan de overkant. Door de aanleg van een stuwdam zijn drie meren aaneengesloten geraakt en de dorpjes Reschen en Graun deels verdronken. Het slechte weer trekt met een noodvaart over het meer terwijl ik de lunch verorber. Indrukwekkend, dat slechte weer. Fig. 9 In Merano aangekomen. In Laas vind ik een kamer. Tijdens de avondmaaltijd klinken er voortdurend knallen. Er is een festiviteit met feesttent en muziek en enkele mannen doen een wedstrijd knallen met een wel drie meter lange zweep. Het schijnt typisch voor Zuid-Tirol te zijn. Die avond verliest Italië bij het WK voetbal en wordt naar huis gestuurd. Ik merk geen opwinding rond en in het hotel. De volgende ochtend vraag ik aan de jongen van het hotel of men erg teleurgesteld is door de nederlaag. Er verschijnt een heel grote glimlach op zijn gezicht en hij zegt dat het meevalt. Meer naar het Zuiden zullen ze wel meer teleurgesteld zijn. Fig. 10 Indrukwekkende hoogliggende waterwerken in Noord-Italië (links op foto). Fig. 11 Rivier Po. Op de negende dag volg ik de Adige, een kolkend riviertje dat steeds breder wordt. Er zitten spectaculaire watervallen in en het gaat lekker naar beneden. Ik fiets de hele dag tussen de fruitbomen, meer dan honderd km lang. De Betuwe is hier echt kinderspel bij. Dit gebied schijnt de grootste hoeveelheid ooft voor Europa te leveren. De omstandigheden lijken me ideaal: warm en vochtig. De laatste 25 km zijn vrijwel vlak en er is een stevige en warme tegenwind. De rivier ligt hier in een vrij smalle kloof, een of enkele kilometers breed. Het is harken. Ik land bij een hele simpele herberg waar ik goed slaap en eet. Ik ontmoet er Leon en Bernadette die hier al meer dan 30 jaar overnachten op weg naar hun bestemming aan de Adriatische kust. In het begin deden ze drie dagen over die reis. Er is geen menukaart, je kunt steeds uit twee dingen kiezen. Fig. 12 De vestingsmuren van Ferrara. De tiende dag gaat het naar Verona. Ik had het plan om de opera bij te wonen, maar het weer is onstabiel en bij de eerste drup houden ze er mee op. Dus gaat het voor mij niet door, ik moet nog maar eens terugkomen. Vandaag had ik ook enkele buitjes, maar als ik vlak bij Verona ben zie ik links van me enorme buien ontstaan van de warme lucht die opstijgt tegen de Alpen. Er zijn nog steeds veel fietspaden die deels langs indrukwekkende afwateringswerken lopen, gebouwd als een soort aquaducten. Fig. 13 Strand. De 11e dag is het weer warm. Het is vrijdag en tussen de middag beland ik in het plaatselijke hotel van een heel klein dorpje. Ik kom rond kwart over twaalf binnen, is nog bijna niemand. Tien minuten later zit er meer dan 50 man en één enkele vrouw. Je kunt telkens kiezen uit vier, ik krijg tonijnsalade, een soort goulash met aardappelkoeken en perziken toe. Bijzonder smakelijk allemaal. Daarbij water, jus d’orange en koffie. Kost € 12,50. En iedereen is weer net zo snel verdwenen als ze gekomen zijn. ’s Avonds haal ik de Po. Ik zit in een saai hotel waar ze alleen maar vis serveren bij het avondeten. Ik neem een driegangenmenu met wijn en water voor € 35. Na drie gangen met veel vis volgen er nog twee gangen met nog veel meer vis en schaaldieren en inktvis. Het is echt ‘tropo’, maar wel heel erg lekker. De dag erna rijd ik via Ferrara en Ravenna tot aan de Adriatische zee. Ik krijg weinig van de steden mee, aan zee is het bijzonder druk. Het is wel warm, ook aan zee. Fig. 14 Ancona. Op zondag is het harken tegen de wind in. Ik volg grotendeels de SS16 die parallel aan de kust loopt. Zondag haal ik Ancona, een heel erg leuke stad. Vandaag naar Pescara met de wind in de rug. Het gaat veel gemakkelijker dan gisteren, ook al is het vrijwel net zo warm. Fig. 15 Strand. Deze week dus goed gefietst, de afstanden waren 127, 119, 131, 123, 143, 124 en 151 km. Ik verwacht nog minimaal twee dagen langs de kust en daarna komen de hete bergen van de hak en de voet van de laars. Week 3 reis naar Trapani Deze week heb ik het wat rustiger aan gedaan omdat ik de laars ben overgestoken van de Oostkust naar de Westkust, maar omdat ik wat last krijg van de zenuwen in beide handen. Aanvankelijk was ik van plan door te fietsen naar Bari, maar na Termoli moest ik toch het binnenland in toen bedacht ik dat ik beter maar door kon fietsen naar de andere kant van de laars. Dag 15 eerst nog van Pescara tot voorbij Campomarino. Hier heb ik een hotel vlak bij het strand en het seizoen is nog niet begonnen in Italië. Er zijn alleen jonge oude stelletjes en verder gezinnetjes met heel jonge kinderen. Fig. 16 Windmolens De dag daarop naar Foggia. Dat was geen prettige route: veel troep en veel hoeren langs de kant van de weg. Foggia is geen leuke stad. Om een uur wordt ik wakker door een hoog gierend geluid met daarna harde knallen, alsof iemand grote stenen in een grote bak gooit. Het duurt een half uur en ik kom er niet achter wat het is. Een uur later is het er weer, dan onder mijn raam. Ze zijn midden in de nacht grote containers aan het legen! Tussendoor heeft een van de buren een radioprogramma met lange monologen, afgewisseld door de prachtigste aria's. Tja. De routeplanner laat mij ook regelmatig in de steek. Dag 17 naar Melfi begon heel mooi met prachtige landbouwwegen, maar toen hield het op en werd de weg ronduit beroerd. Er is zelfs een stukje weg dat nog wel geregistreerd staat bij OSM, maar niet meer begaanbaar is: de struiken tussen het asfalt reiken tot mijn ellebogen en het stukje weg eindigt tegen de vangrails. Ik heb toen besloten alleen nog maar doorgaande wegen te nemen. Melfi is ook niet bijzonder. Fig 17 Stuk niet begaanbare weg. Dag 18 naar Potenza. Ik had de route planner alleen het laatste stukje laten uitrekenen naar het hotel. Dat gaat prima, binnen de kortste keren sta ik op 10 meter van het hotel, met als enige probleem dat het hotel 20 meter hoger ligt. De hoogteverschillen in dit stadje zijn enorm! Het kost me drie kwartier om het hotel te bereiken en dan heb ik bijna de hele binnenstad gezien. Het is een echt pareltje met een erg leuke winkelstraat. Het hotel heeft ook een restaurant, waar bijna niemand komt. Jammer, het eten is prima. Fig. 18 Zonnepanelen zie je hier maar zelden. Dag 19 is het niet eenvoudig om Potenza te verlaten. Op de kaart lijken wegen elkaar te kruisen, maar dikwijls lopen ze over en onder elkaar. Als ik al een hele tijd geslingerd heb, zie ik twee carabinieri staan, die geen woord Engels spreken. Ze wijzen naar rechts en zeggen dat ik de borden Tito en Brienza moet volgen. Aardrijkskundig is dit advies helemaal juist, er staan alleen de eerste tien kilometer geen borden met deze namen. Maar het lukt om tot Padula te komen. Daar vindt ik een hotel tegenover een oud klooster. Het hotel is prima. Er is die avond een huwelijksfeest waar ik gelukkig geen last van heb. Het klooster heb ik bezocht en het is geweldig: prachtige marmervloeren met blokmotieven, schitterend houtsnijwerk en hele mooie goed geconserveerde muurschilderingen. Je kunt ook de keuken bekijken met een enorme schoorsteen die heel hoog gaat en taps toeloopt. Verder is er nog een klein museum met opgravingen uit de Griekse en Romeinse tijd. Padula zelf is een leuk plaatsje dat tegen een bergwand geplakt ligt. Het hotel en klooster liggen eronder in de vallei. Fig. 19 Klooster in Padula vanaf de stad gezien. Binnen fotograferen mag niet. Na Padula neem ik een spurt naar de zee en kom tot Paola. Onderweg in Casalbuono wordt ik nog getrakteerd op vrolijke muziek door de plaatselijk harmonie, zondagochtend om negen uur! De Apenijnen zijn aan de Oostkant goeddeels gecultiveerd, maar deze dag zie ik een heel ander beeld: woeste bergen met overwegend bos. Fig. 20 Woest landschap met stadje westelijke helft Apenijnen. De infrastructuur, ook van de secundaire wegen is indrukwekkend met veel viaducten en tunnels. Lastig van de tunnels is dat de weg vaak versmald is, de verlichting matig is of ontbreekt en de Italianen niet altijd de moeite nemen om hun verlichting aan te doen, hetgeen zeker bijdraagt tot het verhogen van de spanning. Ik prijs mij gelukkig met een naafdynamo, ik kan gemakkelijk de verlichting van de fiets al rijdend aan doen. Als ik aan de kust kom ziet het er dreigend uit, het blijft echter droog. De weg is prachtig, breed en voorzien van veel bloemen aan de kant. Fig. 21 Strandplezier zoals in de jaren vijftig met de auto op het strand. Vandaag van Paola tot iets voorbij Gioia Tauro gereden. Het ging heel goed, bij de koffie meer dan 50 km, daarna heel snel 25 erbij en toen kwam een lange stijging. Met een daverende hongerklop kwam ik boven, waar ik aanvankelijk wilde blijven. Morgen zou zich de situtatie herhalen, met een heftiger stijging, dus ben ik na de lunch maar doorgefietst. Ik zit nu nog 42 km voor de veerboot naar Sicilië. De komende week kan ik dus rustig aan doen. Deze week resp. 113, 86, 71, 56, 73, 135 en 140 km gefietst. Nog een week te gaan. Week 4 reis naar Trapani Op dag 28 heb ik het reisdoel bereikt. De laatste week heb ik flink moeten temporiseren om niet veel te vroeg aan te komen. Meestal zat het weer mee, vaak had ik de wind in de rug, zoals de eerste hele week in Duitsland. In Italië viel het ook mee om in de hitte te fietsen. Wellicht had ik ook hier geluk, ondragelijk was de hitte niet. Blijven bewegen is het geheim, zodra je even stil staat in de zon, breekt het zweet aan alle kanten uit. Trapani dag 22 Palmi - Villafranca Tirenna 88 km Ik ben blij het hotel te verlaten, ook al ziet het er goed uit, wat kitsch hier en daar buiten beschouwing gelaten. Bij het afrekenen moet ik uitleggen dat ik half pension had en dus de maaltijd van gisteren inclusief was. De juffrouw achter de bali controleert het over de telefoon en steekt en passant een hele tirade af aan degene aan de andere kant van de lijn. Het hotel is gewoon niet gastvrij. Het is een behoorlijke klim die ik voor de kiezen krijg, maar de beentjes zijn weer uitgerust. De weg is wisselend, maar hoe verder ik naar het Zuiden kom, hoe vaker hij smal, te smal is. Verder een werkelijk schitterende weg langs de rotsen met hele mooie vergezichten op zee. Ik kom voor het eerst weer twee fietsreizigers tegen als ik met volle vaart naar beneden een hoek omdraai. Jammer, ik had graag een praatje gemaakt. Dan komt er korte tijd later een soloreiziger die niet wil communiceren maar desgevraagd nog wel roept dat bij naar Napels fietst. In Scilla koffie. Ik speur nog naar de overkant voor Charybdis, te vergeefs. Het zou ook Scylla moeten zijn. Dan weer op pad en om half twaalf zie ik Sicilië, een prachtig moment. Ik controleer het even met de Garmin, maar het is echt Sicilië. Wat ligt het dichtbij! Als ik bij de aanlegplaats van de veerboot kom, zie ik hem net aankomen. Het gaat allemaal heel snel, om twaalf uur varen we en ruim een kwartier later stap ik het eiland op. Fig. 22 Eerste Nederlandse tekst sinds weken op de boot naar Sicilië. Op de boot nam ik al een broodje maar de maag verlangt nog een ijsje en ik koop tegelijk een fles water. Ik wil nog naar Villafranca Tirenna en blijf maar gewoon de kust volgen. In Messina valt de hitte drukkend op je neer. Het begint hier met enkele kilometers fietspad. Daarna weer de gewone doorgaande weg die ook hier hele mooie stukken kent. Iets na Viilafranca vindt ik een heel prettig B&B met internet en een fijne tuin met schaduw. En ze hebben een restaurant, ik ben benieuwd. Het restaurant is in de grote tuin die grenst aan de doorgaande weg. Er is voortdurend gezoef van auto's. Er wordt voor twaalf personen gedekt, er zijn nog tafels ongedekt. Het is pas de tweede keer dat ik buiten eet, hetgeen me nu opeens verbaast. De kaart laat stevige prijzen zien voor Italiaanse begrippen. En er is de klein podium met een geluidsinstallatie: live muziek? Het bedrijf heet Jazz en op de muur van mijn kamer is een notenbalk aangebracht. Trapani dag 23 Villafranca Tirenna - Gioiosa Marea 63 km Gisteravond was ik in vertwijfeling geraakt toen ik nog eens de kaart bekeek. Ik heb nog ruim de tijd naar Trapani en was de Zuidkust niet beter geweest? Daar heb je leuke steden als Catania, Syracusa en Agrigento. Én je komt langs de Etna. Zal morgen toch maar oversteken? Dan moet ik klimmen tot ruim 1200 meter. Gisteravond leek het me koel genoeg in mijn kamer en had ik de airco uit gedaan en een raam wat open gezet. Vannacht was het erg benauwd en ik heb vier keer moeten opstaan om een mug om het leven te brengen. Dus heb ik mijn plan omgegooid en ben weer op de fiets gestapt. Vanochtend nog een foto gemaakt van de trotse eigenaar en zijn vrouw voor het aquarium waar de super verse zeedieren van de maaltijd van gisteren uit kwamen. Hij had ook kreeften en oesters. De weg was vanochtend eerst saai langs lintbebouwing en door een stukje binnenland en daarna spectaculair langs de zee aan de rand van de rotsen. Ook enkele beklimmingen. Bij Falcone koffie en hier haal ik een fles water bij zo'n hele kleine kruidenier. Waar leven die mensen nog van en hoe lang nog, want hier heb je ook grote supermarkten. Dan een stevige klim. Bij Tindari is een heel mooi gebouw boven op een rots: een oud klooster? Voor de kust zie ik op afstand eilanden liggen, vermoedelijk Vulcano en Lipari. Fig. 23 Prachtige wegen langs de zee. Na 60 km begint de wind flink aan te trekken en ga ik een kamer zoeken in Gioiosa Marea, een leuk klein plaatsje in een baai. Hier vind ik een B&B met een klein plaatsje waar je onder een citroenboom kunt zitten. Het heet I Mucci. Aan het einde van het smalle steile straatje zie je de zee. Dichtbij kan ik heerlijk lunchen op een terras. Hier zit ik ook heerlijk in de schaduw van bomen bij een leuk fonteintje uit 1893. Het is mijn tweede B&B, maar tot nu toe veel beter dan de meeste hotels. Goede kamer met dito badkamer én airco. En een tuin waar je heerlijk beschut kunt zitten onder een citroenboom die vol met rijpe vruchten hangt. En men is veel vriendelijker dan in de hotels. Even dacht ik nog wat meer kilometers op een dag te doen en dan een hele dag uit te trekken voor Palermo. Maar het lijkt me eigenlijk ook te warm om nu zo'n stad te bekijken. En ik heb het nu ook wel gehad met het fietsen. Dus het laatste stuk worden stukjes van 50 - 70 km. De komende dagen komt er weer stevige tegenwind en mogelijk ook regen. Dan kom ik naar verwachting maandagmiddag in Trapani. Trapani dag 24 Gioiosa - Tusa 73 km Om acht uur een heerlijk ontbijt maar helaas geen yoghurt. Wel geroosterd brood met tomaatjes en een kleine fruitsalade. Het B&B is me weer goed bevallen. De weg is weer prachtig met slechts lichte stijgingen en veel bloemen langs de kant. Die hebben hun beste tijd gehad, maar ik kan me goed voorstellen hoe prachtig het eiland in het voorjaar moet zijn. Al enkele keren heb ik groentemannen gezien die in zo'n bromvrachtwagentje rijden. Sommigen hebben een luidspreker om aan te kondigen dat ze eraan komen. Fig. 24 Groenteman, hij komt nog aan huis. In San Stefano zijn meerder keramiekfabrieken. Prachtige schalen, vazen, hangpotten, tafels, serviezen enz. Ik vraag of ze een aankoop ook kunnen sturen. Dat is geen probleem, ze kunnen alles naar alle plaatsen op de wereld sturen. Ik wil wel enkele ovale schalen kopen, maar de verzending moet € 150 kosten. Dat is weinig minder dan de schalen moeten kosten. Ze zijn nog wel bereid om ruim 15% korting op de schalen te geven, maar ja. Ik had gepland om in San Stefano een kamer te nemen of een dorp later. Het is nu goed fietsweer, dus ga ik nog maar even door. In het volgende dorp is een hotel dat Atelier sul Mare heet. Het blijkt een hotel voor en met moderne kunst te zijn. De receptioniste is zichtbaar teleurgesteld dat ik een standaard kamer wil. Ze laat nog wel enkele art-kamers zien die inderdaad erg leuk en origineel zijn, maar ja, het blijven malle fratsen van moderne kunstenaars. Één kamer heeft uitzicht op zee en het bed lijkt op een soort vlot te liggen. Een andere kamer kun je slechts bereiken via een heel smal gangetje met kronkels. Tja. Het hotel ligt overigens prachtig in een kleine baai vlak bij de zee. Om de hoek is een leuk restaurantje met terras direct aan de spoorlijn waar ik een voedzame lunch neem. Naast het hotel is een soort restaurantje annex expositieruimte dat er ook bij hoort. Daar en in het hotel en in alle kamers is moderne kunst uitgestald. Er zitten best grappige dingen bij. Aan de overkant van de straat is een overdekt terras aan het strand met luie stoelen en banken. Fig. 25 Overdekt terras. Het is daar heerlijk zitten met het geruis van de zee en een lekker windje. Er zijn prachtige golfen in de zee die mooi opspatten tegen de rotspunten die uitsteken boven het water. Trapani dag 25 Tusa - Palermo 101 km Om acht uur fiets ik weer, op naar Cefalu waar ik voor tien uur aankom. Ik fiets door het centrum dat er bijzonder leuk uitziet met smalle steegjes en een kathedraal vlak voor een grote uitstekende rots. Maar de pret wordt bedorven door de horden toeristen en de schreeuwerige winkeltjes met prullaria. Dus snel door. Aan de rand van de stad strijk neer op een leuk terras dat echter aan een veel te drukke weg ligt. Ze vragen drie euro voor een cappuccino, het meeste voor de slechtste koffie tot nu toe! Dan door naar Termini Imerese. Eerst nog een flinke bult op waar ik een groep fietsreizigers zie. Overigens, in Cefalu zag ik er ook twee. De intocht in Termini is spectaculair. De doorgaande weg gaat hier nog dwars door de stad door heel smalle straatjes die blauw staan van de uitlaatgassen. En het gaat nog flink omhoog ook. Ik moet een paar keer de fiets voor een achterop komende auto gooien om te voorkomen dat ik op onverantwoorde wijze wordt ingehaald. In het eerste dorpje lunch met pasta op een heerlijk terras. Vooraf krijg ik als verrassing een behoorlijke portie mosselen van het huis, gekookt in knoflook. Heerlijk! Aanvankelijk wilde ik in Termini I blijven, maar ik ga toch maar door naar Palermo. Fig. 26 Hierachter ligt Palermo. Om kwart over drie kom ik de stad in en neem ik een ijsje om onderwijl een hotel te zoeken. Het Igiea Hotel, waarin ik volgens familietraditie mijn intrek zou moeten nemen, is vol. Erg spijtig om hier een breuk met de traditie te moeten maken, maar het is echt overmacht. Dus strijk ik neer in het Grand Hotel Garibaldi. Trapani dag 26 Palermo - Palermo 23 km Gisteravond viel de iPad voor de tweede keer deze reis. Er zat al een barst in het glas. Nu is het glas helemaal gebroken en er komen scherven vrij. Op de iPhone zocht ik gisteren al op hoeveel het zou kosten in Nederland (ong. € 130) en of je erop kunt wachten (ja). Ook in Palermo zitten enkele bedrijven die dit repareren. Het is namelijk een heel veel voorkomend euvel. Ik had een lijstje met telefoonnummers en de portier is zo aardig om ze voor mij te bellen. Pas bij de vierde en laatste is het bedrijf bereid om het op zaterdagochtend te doen. Kosten: € 90. Gelukkig had ik de fiets! Voorafgaand was ik naar de barbier geweest. Het is een kleine zaak met twee kappers en drie stoelen. Het meubilair ziet er strak uit, gemaakt van formica met aluminiumsierstrips. Op de plankier met de wasbakken staan vele flessen in allerlei vormen. De twee kappers zelf zien er bepaald niet voorbeeldig gecoiffeerd uit. Het is zaterdag en daarom vermoedelijk zo vroeg al druk. Hier wordt nog met de hand geschoren! Een wat oudere man was voor mij. Hoewel ik het niet kon verstaan, heeft hij kennelijk over veel zaken een eigen mening, die hij graag met de aanwezigen wil delen. Tijdens zijn exposés gesticuleert hij druk en komt ook regelmatig half uit de stoel, totaal niet onder de indruk van het scherpe mes waarmee zijn baard van een week wordt verwijderd. Daarna wordt zijn gezicht gekwast met een heldere vloeistof (aluin-oplossing?) en vervolgen wordt er een royale hoeveelheid oranje vloeistof op gespoten uit een flesje met een rood rubberen slangetje waar aan einde een bol zit waar de kapper in knijpt. Daarna wordt het haar gewassen en ook daar wordt weer van alles opgespoten. Uit de radio klinkt een lied waarvan ik meen dat Ria Valk er destijds een hitje mee had. Er zijn ook klanten die de beide kappers zoenen. Een klant neemt voor de kappers zelfs een kopje caffè mee, waarvan beide heren elk een slok nemen. Als ik aan de beurt ben blijkt de kapper geen woord Engels te spreken. Ik kan hem duidelijk maken dat het haar wat korter moet maar dat ik geen mes (coltello) in mijn nek wil. Een tondeuse gebruikt hij niet, er wordt nog met de hand geknipt. Het duurt vrij lang en zelfs de haren in de neus worden meegeknipt. Ik krijg sterk de indruk dat hij voor mij een speciale vriendenprijs rekent: € 20 en voel me dan ook danig geknipt en geschoren, maar ik had het toch niet graag willen missen, even terug naar de jaren vijftig. (Normaal betaal je tussen de 7 en 12 euro voor een kortwiekbeurtje.) Met de navigatie en enig vragen vind ik de reparateur. Om één uur kan ik hem komen halen. Op de terugweg drink ik koffie in de Giardino Inglese, een leuke Engelse tuin. Hierin staat een prachtige dikke boom, die ik later ook op andere plaatsen terug zie. Hij lijkt wel uit verschillende stammen te bestaan en er hangen ook lianen aan. Daarna ga ik naar de Kathedraal, die bepaald niet spectaculair is. Wel staat er pontificaal een grote foto van een door de maffia vermoorde pater die inmiddels zalig is verklaard. Heel indrukwekkend. Dat sluit goed aan bij de recente stappen die paus Franciscus zette tegen de maffia. Al met al toch nog heel wat kilometers gemaakt. Nog steeds vind ik Palermo geen mooie stad, ook al zitten er leuke stukjes tussen. Trapani dag 27 Palermo - Castellamare 65 km Iets na achten rijd ik de stad uit. Dat gaat vlot. Na 20 km problemen met de versnelling, ik denk dat er een slag in de ketting zit waardoor hij er telkens af wil lopen. Voorzichtig doorfietsen gaat, ik haal het beoogde doel. Maar vooral als het iets steiler wordt gaat het maar net. Morgen staan de laatste heuvels op het programma, dan moet het probleem opgelost zijn. Ik vind snel een hotel en de dame achter de balie weet dat er een rijwielhandel in het stadje zit. Morgen is het maandag, dan moet hij open zijn. Fig. 27 Castellamare. Het hotel is on-Italiaans goed. Alles ziet er goed uit en functioneert ook goed. Dat was tot op heden alleen het geval in Palermo, maar dat was ook een viersterrenhotel. Na een voortreffelijke lunch aan de haven, waar ik eerste rang zat, kijk ik nog eens rustig naar de ketting. Inderdaad, er is een schakel beschadigd, een van de buitenschalmen is verbogen. Wat een geluk dat ik 'missing links' voor deze ketting had gekocht. Ik verzin tevens een listigheidje om te voorkomen dat de ketting me ontglipt: ik fixeer hem met een dunne tiewrap. Maar dat zal vast wel eens iemand eerder bedacht hebben. Het probleem is nu snel opgelost en hij fietst weer als vanouds. Vanaf het terras zag ik de heuvel waar ik morgen overheen moet al liggen: het zo'n grote uitstekende rots die in de weg ligt naar Trapani. Trapani dag 28 Castellamare - Trapani 42 km Wat heerlijk dat de fiets het weer goed doet! Ik moet over een korte afstand toch nog 565 meter klimmen. Iets na elf uur ben ik er. Snel een charmant appartementje gevonden. De reis is volbracht na 2923 km. Zit nu in het charmante B&B Ai Lumi, waar weer van alles op aan te merken is. Fig. 28 Trapani, B&B Ai Lumi. ALGEMENE OBSERVATIES Italië is indrukwekkend groot: eerste week in Duitsland en Oostenrijk gefietst, toen twee weken naar de teen van de laars. Hierbij heb ik natuurlijk het Noordelijke deel van Duitsland overgeslagen. De reis is vrij langdurig maar toch sneller verlopen dan ik had gedacht. Zo’n reis is toch moeilijk in te schatten en het weer zat meestal mee, zoals de eerste week wind mee. Het viel me ook mee om in de warmte van Italië te fietsen. Maar wellicht heb ik ook hierin geluk gehad, het was niet ondraaglijk heet. Blijven bewegen is wel het geheim als het warm is, zodra je even stil staat, vooral in de zon, begin je erg te zweten. De wegen in Italië waren wisselend, maar over het algemeen van goede kwaliteit. Soms echter ook heel slecht. Voor fietsers zijn doorgaande wegen het best te gebruiken (SS 16 en 18). SS is Strada Statale. De infrastructuur, daar waar het de wegen betreft, is in zowel Noord als Zuid Italië indrukwekkend. In Noord Italië regelmatig fietspaden, dit wordt minder naarmate je verder naar het Zuiden komt. Fietspaden houden plotseling op, overigens net als in Duitsland. Italianen in de auto: heel veel met telefoon aan het oor. Ze rijden gewoon de weg op, een ander moet maar boven op de rem staan. Ze houden geen rekening met fietsers die rechts willen passeren, het lijkt er meer op dat ze vooral ruimte links houden waar ook alle scooters passeren bij stagnatie in de stad. Op de doorgaande wegen heb ik me niet onveilig gevoeld, men houdt rekening met fietsers. Naarmate verder naar het Zuiden minder fietsers. Wielrenners begroeten je meestal hartelijk met Salve of Ciao. Het eten is over het algemeen erg goedkoop en goed in restaurants. De hotels zijn doorgaans ook goedkoop. Water in supermarkt kost vanaf 0,30 voor 1,5 L, in een bar betaal je voor een gekoelde fles 1 a 1,5 euro. Over het algemeen zijn Italianen plezierig en nijver, hoewel arbeidsproductiviteit wel een onbekend begrip zal zijn. In horeca zijn ze ongelofelijk behendig in de bediening. Administratief zijn ze goed ontwikkeld. Waar in Duitsland nergens naar een paspoort werd gevraagd, gebeurde dit in Italië maar in één B&B niet. Je krijgt ook overal een bonnetje, ook bij de kleinste kruidenier en men lijkt beledigd als je daar geen belangstelling voor hebt. Mobiel internet: 3G en 4G vallen telkens uit, dan moest ik de telefoon weer resetten. Het Zuiden van Italië is niet zo heel erg armoedig als ik gedacht had, te oordelen aan huizen en auto's. Wel valt op dat er overal, ook in Palermo nog kleine kruideniers zijn, waarvan je denkt: hoe kunnen die nog bestaan omdat er ook veel supermarkten zijn. En de groentemannen die nog rond rijden, onvoorstelbaar en je ziet er heel veel. Pijnlijk is de troep langs de weg, overigens in wisselende mate. Regelmatig zie je, ruik je ook vooral, plaatsen waar men zijn vuilnis dumpt. Er staat dan een handvol containers maar er ligt vijf keer zoveel vuilnis rondom als in die containers kan. Daar was waar het vuilnis net is opgehaald blijft nog een flinke hoeveelheid restafval liggen. Wel gezien in Italië: Lidle, geen Aldi; geen Lidle meer in Calabrië en Sicilië gezien Vooral in het Zuiden lopen veel loslopende honden. Heel opvallende waren de windmolens in Calabrië. Slechts een enkele keer zag ik zonnepanelen. In Noord-Italië is natuurlijk veel waterstroom, maar verder geen milieuvriendelijke energieopwekking gezien. Over het vinden van hotelkamer: meestal gebruikte ik trivago.it (een website die verschillende hotelaanbieders, zoals booking.com afzoekt) en dan er naar toe rijden. Vaak is de prijs dan lager dan op het internet. Niet altijd. Met B&B heb ik de laatste reisweek beperkte ervaring en die is goed. Mooie kamers en badkamers, airco, Wi-Fi én een tuin. Dat laatste hebben hotels in een stad vaak niet. En de contacten met de uitbater zijn veel prettiger. Stopcontacten in Italië zijn een ramp. Het verschil met Nederland is dat de als aarde een derde pinnetje aan stekkers hebben die tussen de andere twee pinnetjes zitten. Dikke pinnetjes, zoals bij onze geaarde stekkers passen heel vaak niet en de afstand tussen de dikke pinnetjes en dunne pinnetjes verschilt ook. Ik had onderweg een adapter gekocht, maar ook die past niet altijd. Je moet eigenlijk twee adapters hebben. Het zou een verademing zijn als is doorgevoerd dat we alle toestellen met dezelfde oplader kunnen opladen. Een moderne mens draagt heel wat elektronica mee: laptop, tablet, telefoon, fototoestel, navigatie. Ter verduidelijking: met een tablet kun je nu eenmaal beter een krant of boek lezen en met een laptop kun je het programma van de GPS gebruiken en foto's bekijken. Een combinatie van beide, laptop en tablet is wellicht de oplossing. Fig 29 Dagafstanden en gemiddelde dagafstand.

maandag 10 februari 2014

Aan lager wal

Afgelopen zaterdag 8 februari gebeurde wat ik al zo lang vreesde: ik ben met mijn Quest van de dijk gewaaid. Er stond een stevige, maar niet verontrustende wind uit het Zuiden. Ik reed van Oost naar West en de wind kwam dus van links. Ik hoefde maar weinig te trappen, de voortstuwing volgens de wet van Bernoulli was duidelijk merkbaar vanaf het moment dat ik de dijk langs de Waal was opgedraaid. Enkele kilometers verder gebeurde het. Een windvlaag tilde het linker voorwiel van de grond. Ik was juist in een bocht naar links, dus naar rechts sturen ging niet. Voor ik het in de gaten had was ik bezig met een glijvlucht over het gras van de dijk, glijdend op rechter zijkant van de fiets. Toen schuurde ik nog een asfaltweggetje over en ik kwam tot stilstand op het gras daarachter. Mijn rechter schouder voelde beurs en in elke handrug zat een snee. Verder geen problemen. Ik klom er gemakkelijk uit en enkele meters verderop lag de racekap. Het rechter spiegeltje was verdwenen en de zijkant had ernstige schaafplekken. Een eerste inspectie leverde niet meer schade op. De wielkasten leken me nog intact. Morgen moeten de heren van Velomobiel.nl de fiets maar eens grondig inspecteren.

Fietsen naar Praag

Fietsen naar Praag Omdat de vakantie dit jaar laat valt, twijfel ik of ik met een gewone fiets of een ligfiets naar Praag zal gaan. Dat u het verhaal in dit blad leest, verraadt de keuze. Eenvoudig was die niet. De fietspaden in Duitsland zijn niet altijd verhard en mij is gebleken dat de racebandjes van de M5 CHR dan niet ideaal zijn. Ook is mijn gewone fiets voorzien van een rollerbrake, naafdynamo, spatborden en kettingkast, dus toch wat weersbestendiger dan een fijn besnaard racepaardje. Maar als ik vertrek is het weer prima, er ligt een stevig hoge drukgebied en ik zie ook flink op tegen zadelpijn en andere ongemakken. Bovendien verwacht ik meer kilometers per dag op een ligfiets te kunnen maken. Als uitgangspunt had ik de Praagroute van Bikeline in gedachten, maar dit is uitverkocht en pas weer in de loop van oktober beschikbaar. Ik had nog een boekje liggen van de R1 (Arnhem naar de Oder langs Berlijn. Die route kruist de Elbe-Radweg en hebben een stuk gemeen tussen Dessau en Lutherstadt-Wittenberg. Als je die combineert heb je nog niet eens zo'n gekke route. Het eerste deel komt nergens boven de 400 hoogtemeters en het tweede deel nergens boven de 300 meter boven ANP uit. Ik had al Radical tassen, dus de enige verdere voorbereiding is het afstellen van de remmen en versnelling, en het reinigen en smeren van de ketting. Dinsdag 8 oktober 2013 Arnhem - Münster 164 km Droog, licht bewolkt weer, windstil, ongeveer 18 graden Het plan was om 8.30 te vertrekken. Dat werd 8.32, voor mij een persoonlijk record. Het was een goed begin met prachtig nazomer weer. Eerst bezoek ik vrienden in de buurt van Zutphen. Toen ik daarna over IJssel reed werd het me te warm en heb ik het jasje gewisseld voor een windbreker. De rest van de dag heb ik met blote armen gereden. Wat is Nederland toch mooi in de herfst. Het groen van de bladeren is dof geworden en in vele bomen ook al geel-bruinig of soms rood verkleurd. Een waaier aan geuren prikkelt de neus: de kruidige geuren van schimmels, maar verschillende mestgeuren. Er is geen zuchtje wind. Ideaal weer om te fietsen. Tegen 13 u bereik ik Groenlo. Na enig rondrijden en vragen een inwoner, blijkt mij dat er geen bank meer is gevestigd in het centrum van dit stadje. Alleen naast de Bruna kun je pinnen bij een ING-flappentap en een stuk buiten het centrum is een Rabobank. Op de Markt eet ik een voortreffelijke uitsmijter en om half twee ben ik al weer op weg. Na een kwartier kom ik erachter dat mijn GPS en de gemeente Groenlo tegen mij samenspannen. Door een wegomlegging moet ik omrijden en de GPS is mij behulpzaam om voor de derde keer op dezelfde plek te stranden. Gelukkig kan een inwoner mij weer op het juiste pad krijgen. Ik volg de borden naar Vreden - net over de grens bij Winterswijk - vandaar helpt mijn GPS me naar Münster. Duitsland is toch een ander land dan Nederland. De geuren zijn er minder intens, behalve als je langs een veld met koolzaad rijdt (tweede oogst dit jaar?): dan komt je een heerlijke zoete lucht tegemoet. Het begint zo langzamerhand iets heuvelachtiger te worden en ik moet enkele heuvelkammen over. De reis verloopt voorspoedig. Tegen half zes kom ik aan in Münster en het centrum is bijzonder levendig: kennelijk moeten de aankomende studenten zich bewijzen, her en der zijn groepjes intensief met elkaar bezig en worden opdrachten vervuld. Ik verlaat echter snel dit centrum van activiteit, hoe aantrekkelijk het er ook uitziet. Daarbij voelt de stad ook op dit uur nog weldadig warm aan. Overigens, Münster is eigenlijk zeer de moeite waard. Grotendeels vernield in de oorlog en vervolgens op een moderne manier met behoud van oude elementen herbouwd. Er is nog de Friedenssaal in het Ratshaus, waar in 1648 de Vrede van Münster is gesloten tussen Nederland en Spanje (in het boekje van Bikeline wordt gesproken over de 30-jarige oorlog!). Aan het dak van de Lambertikerk hangen nog de kooien waar de lijken van de aanvoerders van de Wederdopers werden opgeborgen na hun dood. Die sekte werd destijds geleid door een Nederlander! Ik kwam nog langs een prachtig groot slot net buiten het centrum en langs een stadspaleis in de binnenstad. In het centrum van Münster pak ik het spoor op van de R1, de route van Calais naar St Petersburg. Via dit spoor zal ik naar Magdeburg rijden. Net buiten de stad zie ik een aantrekkelijk uitziend Landgasthof Pleistermuhle. Binnen wordt ik ontvangen door buitenlanders, die overigens wel goed Duits spreken. Ze veinzen dat er nog maar 1 kamer vrij is en vragen 100 euro, maar als ik niet hap is het al snel 70 euro, inclusief ontbijt. De kamer ziet er voortreffelijk uit en er is ook gratig WI-Fi, dus ik neem hem. Om half zeven heb ik mijn fiets droog gestald en kan ik een verfrissende douche nemen. Het was een heerlijke dag. Ik heb vooral veel kilometers gemaakt en ook heel veel kilometers langs een drukke autoweg gereden. Aan de andere kant, ik had al een deel van de route gereden enkele weken geleden. En nu heb ik een stuk afgelegd dat in het routeboekje staat voor 210 km. Dat is toch winst, want bij de routes zoals de R1 uit een boekje van Bikeline is toch lastig om veel kilometers te maken: je moet heel goed opletten op de borden, je rijdt gemakkelijk verkeerd en je moet vaak afslaan. Dus veel vertragende momenten. Uiteindelijk blijkt dat het hotel gewoon een Duits hotel is. Prima eten en ontbijt en goede Wi-Fi. Woensdag 9 oktober Münster - Heiligenkirchen 114 km Begint met regen, verder grotendeels droog Na een verkwikkende nachtrust en een voedzaam ontbijt sta ik om kwart over acht al klaar om te vertrekken. De eerste miezerregen doet zich al voelen als ik naar de fiets loop en als ik die buiten heb gezet, regent het al. Herinneringen dringen zich op naar mijn mislukte reisje richting Berlijn onlangs, toen het de tweede dag de gehele dag geregend heeft. Het regent echter slechts 1 a 2 dagen per jaar de gehele dag en daar ziet het nu niet naar uit. Ik ga dus nog even het hotel binnen en zie op buienradar dat het snel voorbij moet zijn. Iets na half negen ga ik op weg, aanvankelijk over matige maar mooie wegen. Het gaat redelijk. Na een uurtje gaat het jasje uit en rijd ik verder met blote armen. Rond elf uur stop ik voor koffie. Geen appeltaart of zoiets beschikbaar, dus neem ik maar Kaiserschmarren met een bolletje ijs. Ondertussen besluit ik weer van de geplande fietspaden af te wijken en een snellere route te nemen. Het toch wel echt herfst. De bladeren vallen bij bosjes. Het is bewolkt, de zon laat zich niet zien vandaag. Als ik rond half drie in de buurt van Detmold ben, begint het te regenen en net op tijd dient zich een tankstation aan. Hier eet een broodje en drink wat van die smerige Duitse chocolademelk. Als het droog is, stap ik weer op, maar al binnen tien minuten begint het te plenzen! En na nog tien minuten hoor ik een tikkend geluid achter mij. In de regen zie ik niet zo snel wat er aan de hand is, maar ik voel wel dat de band snel leegloopt. Het hotel dat 50 meter terug is, staat te koop. Gelukkig is er honderd meter verder terug nog een hotel. Ik kan er niet eten want het is Ruhetag, maar omdat het een Bike und Bett is kan ik mijn fiets wel stallen. Het hotel, Das Idyll, is bijzonder eenvoudig, maar er is wel Wi-Fi. Nadat ik de spullen naar de kamer heb gebracht, probeer ik de fiets te repareren. Van de eigenaar van het hotel mag ik in de verwarmde garage werken. Het tikkend geluid kan verklaard worden door een spijker van 2 cm lang die in de band steekt. Plakken lukt niet, er zitten meerdere gaten in. Gelukkig heb ik een reserveband. Maar dan blijkt dat het ventiel hiervan te kort is voor mijn velg. De hotelier heeft een lijstje met fietsenmakers die op ongeveer 2 km afstand zitten. Dat blijkt voor de dichtstbijzijnde ongeveer vijf km te zijn en het is al na vijfen. Ik spoed mij onderweg en als al 2 km heb afgelegd, vraag ik mij af of de zaak nog wel open zal zijn in dit jaargetijde. En of ik niet verstandiger een taxi had kunnen nemen. Gelukkig is het droog en ik loop door. Ik ben nu in een gehucht waar ik alleen maar boerderijen en woningen zie. Geen winkels. Dan komt er een taxi aan die ook stopt als ik hem wenk. Vijf km met de fiets is maar even, met de auto zelfs bijzonder snel afgelegd, maar lopend kost je het je minstens 3 kwartier. Gelukkig is de fietsenmaker nog open en heeft hij de gewenste banden. Op de terugweg naar het hotel blijkt dat de taxichauffeur een vluchteling is uit Afghanistan. Hij is gevlucht voor de Taliban. Volgens hem worden die gefinancierd door de CIA. Ik dacht dat de Taliban leefden van de heroïne, maar dat gelooft mijn chauffeur niet. Terug in het hotel monteer ik het wiel weer en zoek ik een nieuwe snelle route naar het Oosten. De weersvoorspellingen voor de komende dagen zijn tamelijk beroerd. Het wordt veel kouder en de komende drie dagen zal er veel regen vallen. Dus kan ik maar beter de grote wegen volgen om toch nog wat afstand te maken. Voor de maaltijd kan ik kiezen tussen een afhaalpizzeria en shoarma. Het wordt een pizza. Donderdag 10 oktober 2013 Heiligenkirchen - Goslar 160 km Droog, maar koud De voorspellingen liegen er niet om: vanochtend buien en vanmiddag flinke regen met onweer. Het ontbijt is snel klaar want het past goed bij een 'budgethotel'. Zelfs de Fransen zouden het beslist niet overdreven uitgebreid vinden. Het is droog, dus ik pak snel de spullen en de fiets. De achterband is nog hard. Nog snel even de voorrem van wat nieuwe olie voorzien en daar ga ik. Ik wil kilometers maken zolang het nog droog is. Ik heb mij voorgenomen om bij regen toch minstens 60 km af te leggen. De hele dag zijn er dreigende luchten. Ik hoop Holzminden aan de Weser te bereiken en heb gisteravond een route er naar toe gemaakt. Maar al na een uur blijkt dat routeplanner een eigen invulling heeft gegeven die mij niet zint. Alle punten waarlangs ik wil liggen weliswaar op de route, maar het toestel heeft er vele omwegen aan toegevoegd. Dus bekijk ik op de kaart van het GPS-toestel hoe ik het beste kan gaan en dat gaat heel goed. Rond half twaalf sta ik al aan de Weser en om er over te komen moet ik een pontje nemen. Dat zijn Nederlandse prijzen: ik moet 1 euro betalen. Aan de overkant houd ik even een sanitaire stop en wordt prompt hierna aangesproken door een Duitse heer die verklaart dat hij 81 jaar oud is. Als ik dat ik twijfel trek is hij bereid zijn paspoort te laten zien, maar zo ver komt het niet. Hij heeft veel belangstelling voor mijn ligfiets en ik vertel er wat over. Gelukkig moet hij doorrijden om de pont te halen, anders had het me vermoedelijk een uur gekost. Daarna snel door, naar Bevern. Holzminden laat ik rechts liggen. Ik neem van hieruit weer de route uit het boekje. Inmiddels begin ik trek te krijgen. Koffie heb ik nog niet gedronken, maar de koffietijd is inmiddels al voorbij. Rond half een kom ik aan in Stadtoldendorf en daar ontdek ik al snel Konditorei Engelen. Hier combineer ik de koffie en de lunch. Na een half uurtje stap ik weer op en al snel vallen de eerste druppels. Ik ben niet ontevreden want ik heb al ruim tachtig km gereden. Als ik Einbeck haal, wordt het totaal ongeveer 100 km. Maar het zet niet door en na een kwartier doe ik de regenkleding weer uit: ondanks het koude weer wordt het toch te warm. Ondertussen denk ik al stiekem er aan Bad Garndersheim te halen. Daar aangekomen rond half vier, na 120 km, denk ik: kom laat ik maar doorgaan. Bad Gandersheim ziet er niet onaardig uit, maar is ook niet je dat. Dus verder gaat het, richting Goslar. Helaas zit het venijn weer in de staart. Ik kom langs prachtige wegen, maar ook de verschrikkelijkste van vandaag. Modderwegen, blubberpaden, drassige bospaden, kinderkopjes wisselen elkaar af. Hele stukken moet ik lopen. Uiteindelijk ben ik pas na zes uur in Goslar. Mijn handen zijn verkleumd. Rond vier uur werd het nog even warm toen de zon begon te schijnen. Daarna werd het ras kouder. Maar de Altstadt van Goslar is zeer de moeite waard. Kennelijk was de stad te klein om in WO II te bombarderen. Of het is weer in oude staat hersteld. Het ziet er bijzonder romantisch uit. Ik besluit mijzelf te trakteren op een luxe hotel: Kaiserworth. Wie weet moet ik hier morgen ook blijven als het de hele dag regent. Het hotel en het restaurant zien er alleraardigst uit. In het restaurant zijn heel fraaie gewelven. En ik lig flink voor op het schema van 100 km per dag. Dus ... Vrijdag 11 oktober 2013 Goslar - Blankenburg 60km Vrijwel voortdurend regen en koud Het hotel in Goslar is heerlijk, maar het internet is belabberd. Gisteravond zat ik in de hall samen met een andere gast. Af en toe ging het, maar regelmatig ook niet. Vanochtend moet ik mijn digitale ochtendkrant missen. En het doorsturen van mijn berichten lukte ook al niet. Verder is alles prima, vooral ook het ontbijt. Buiten miezert het, de straten zijn kletsnat. Vrij vlot verlaat ik de stad. Er staan veel onverharde fietspaden op het programma. Die ga ik vermijden en ik zoek wegen in de buurt van de route. Vermoedelijk gaat de route vooral door de dalen. Af en toe rijd ik fout. Zo kom ik bij de B6 en dat blijkt geen Bundesstrasse met fietspad, maar een snelweg. Dus moet ik via binnenwegen weer de route oppakken. Inmiddels regent het gewoon, weliswaar niet hard maar toch. Toch lukt het navigeren heel goed. Ik verlies uiteindelijk hooguit een paar kilometer. Maar het schiet niet op. In Ilsenburg drink ik een kop hete chocolademelk en trakteer ik mij op een Apfelstrudel. Ik krijg er spontaan slagroom en ijs bij en de strudel is lekker warm. Het is dan bijna elf uur en ik heb maar weinig meer dan 40 km gefietst. Ergens vanochtend passeerde ik de grens van de oude DDR. Er stond een gedenkteken. Helaas regende het te hard om er een foto van te maken. In Blankenberg zit ik op de 60 km en ik zoek een hotel. De berichten waren dat het vanmiddag zou opklaren, maar ik zie er nog helemaal niets van. Het eerste hotel is gesloten, dat is prima want het ziet er miezerig uit. Enkele minuten kom ik langs een prima hotel. Een kamer kost 68 euro en dan krijg ik een reuze grote kamer met een keukentje, een zithoek en een hele grote badkamer. Ruim 3 a 4 keer zo groot als de kamer in Goslar, maar niet zo gezellig. Zaterdag 12 oktober 2013 Blankenburg - Dessau Rosslau 114 km Bewolkt, deels miezerregen Vanochtend ging ik wat later van start dan gepland. Bij het ontbijt eerst de ochtendkrant gelezen en die is op zaterdag natuurlijk wat uitgebreider. Vervolgens de geplande route ingebracht in de GPS en daar nog wat mee gestoeid. Ik had nu vrij veel tussenpunten ingebracht en het is verbazingwekkend hoeveel omwegen het toestel toch weer weet te verzinnen. Iets voor negen zat ik op de fiets met een stralend zonnetje. Maar al na een kwartier verscheen er bewolking, hetgeen ik niet erg vond. Ik had besloten de fietspaden vandaag links te laten liggen en ik begon tegen de zon in te rijden. Dat kijkt niet fijn als de zon zo laag staat en dat geldt ook voor de automobilisten die mij moeten inhalen [en bij voorkeur niet overrijden]. De bewolking nam gestaag toe en rond half elf begon het te miezeren. Toch schoot het lekker op. Rond half twaalf was ik al in Güsten, een zeldzaam troosteloos gehucht. Alleen bij het plaatselijke hotel kon je een kop koffie krijgen en het hotel detoneerde in deze omgeving bepaald niet. Vervolgens snel verder, grotendeels tussen de auto's door. Soms was het druk op de weg, soms rustig. Slechts een enkele keer een bruikbaar fietspad. Onderweg kwam ik nog een Duitser tegen die met fiets op weg was van Kopenhagen naar Frankfurt. Tja, waar zo'n jongen zin in heeft. Ondertussen doet zich geen fatsoenlijke gelegenheid voor om een lunch te gebruiken en dan ben ik plotseling nog maar 14 km van Dessau. Ik besluit daar te overnachten. Als ik bijna bij het gewenst hotel ben, begint het te regenen. Dat komt dus goed uit. Ik neem het duurste hotel van de stad, naast het Concertgebouw: Radison Blu Fürst Leopold Hotel Dessau. Het is een modern comfortabel hotel, redelijk gezellig. Niet zo gezellig als het hotel in Goslar, maar hier werkt het internet tenminste. Voor 3 uur ben ik op mijn kamer. Daarna bestel ik een heerlijk bord aardappelsalade met lekkere worstjes en een groot glas Schöffenhofer weizenbier in de zithoek beneden. Het is tenslotte weekend. Het is bepaald niet ongezellig, niet te druk maar toch wel wat leven in de brouwerij. Dan ga ik genieten van het lezen van de NRC. Leve het internet. Als ik aan het einde van de middag flappen wil tappen, regent het nog steeds stevig. Pas vlak voor het diner is het even droog. De maaltijd was bijzonder genoegelijk, waarbij ik als hoofdgerecht koos voor een traditioneel Duits recept: Sauerbraten met rode kool. Rode kool krijg je volgens mij in Nederland alleen maar in restaurant Trianon in Arnhem. De weersvoorspelling zijn voor morgen en overmorgen gunstig. De komende dagen moet ik maar even stevig doortrappen. Zondag 13 oktober 2013 Dessau Rosslau - Meißen 171 km Droog, koud en deels zon Het begint met een zonnetje. Om kwart over acht ben ik al op weg. Ik moet eerst de weg uit de stad vinden richting Wörlitz. Dat lukt redelijk goed. Eerst met een voetgangers- en fietsbrug de Elbe over en dan via een bos met veel joggers naar het platteland. Met een boog kom ik op de goede bestemming en heb ik slechte fietspaden omzeild. Althans, dat dacht ik. Maar het valt tegen. Bij de geplande weg uit het boekje zitten toch nog onverharde wegen en als de weg wel verhard is, zijn er veel kinderkopjes. Die hebben ze in 2 maten: kleine regelmatige waar je nog op kunt fietsen en grote onregelmatige waarvan de fiets en mijn gebit bijkans uit elkaar rammelen. Dus wijk ik weer uit naar de doorgaande wegen die op deze zondagochtend in het begin nog rustig zijn. Het schiet lekker op en om half elf ben ik al bij Lutherstadt Wittenberg na 43 km. Ik vind het nog te vroeg voor koffie en rijd nog maar even door en laat de stad dus links liggen. Ook al was dit de plaats waar Martin Luther zijn stellingen, o.a. tegen de aflaatpraktijken, op de kerkdeur spijkerde. Dan kom ik langs prachtige fietspaden, deels langs de Elbe. Soms is het wegdek prima, dan weer redelijk, af en toe ook echt beroerd. Na 77 km moet ik met een pontje de Elbe over. Ik ben al geruime tijd heel erg aan de koffie toe. Maar de kapitein - is dat de goede titel? - verklaarde in een vrijwel onverstaanbaar Duits, dat er in de ruime omgeving geen mogelijkheid is. In de richting waarin ik reed, had hij volkomen gelijk. Pas in Torgau, dus na 100 km was er een restaurantje open. Zelfs dat was moeilijk te vinden, het lag aan het plein bij het Rathaus. Hoewel ik het tot nu toe erg koud had gehad, en er inmiddels een wolkenband over was gedreven, zat ik nu in het zonnetje met blote armen op het terras. De andere gasten hielden hun winterjas aan. Na een Milchkaffee dacht ik dat een Schnitzel mit Brot wel een goed idee zou zijn. Het smaakte ook redelijk. Toen ik het stadje verliet, voelde ik een prikkelend gevoel op mijn gezicht. IJskristallen in de polaire lucht? Ondanks een behoorlijke maaltijd, kondigde zich al na 15 km een hongerklop aan. Niet zo gek, want de maaltijd bestond vooral uit vet en eiwitten. Bij een tankstation heb ik toen maar een Snickers-ijsje gekocht en ook nog enkele meeneem Snickers. Daar was nog een vriendelijke Duitser die belangstelling voor de fiets had. Hij vroeg wat hij kostte, maar toen ik riposteerde wat hij ervoor over had, haakte hij af. Ik vertelde dat de fiets van carbon was, waarop hij zei: ze maken toch maar van alles tegenwoordig. Vandaar verder, vooral over de doorgaande wegen. Het laatste stuk naar Meißen vooral langs prima fietspaden op enkele meters van de Elbe. Overigens worden die bij afslagen en andere punten van belang weer bedekt met kinderkopjes. Om half vijf krijg ik een lekke band, dit keer de voorband. Een stuk ijzer is erin binnen gedrongen. Na een half uurtje is het geklaard, maar heb ik pikzwarte handen van het remstof. Het fietspad langs de Elbe is een populaire plaats om te wandelen. Ik maak kennelijk een zelfredzame indruk, niemand vraagt of het gaat. In Meißen zijn veel overnachtingsmogelijkheden, dus dat leek me goed einddoel voor vandaag. Vlak voor ik stad inrijd, ongeveer 6 uur n.m., kijk ik even in het boekje en het Hotel Burgkeller aan de Domplatz lijkt me wel wat. De Dom ligt echter op een hoog punt, ik moet dus even omrijden. Ondertussen zie ik wel een soort treintje naar boven gaan, maar rijd gewoon stoer om. Ik kom gemakkelijk op de goede hoogte, maar verder fietsen is onmogelijk met heel grote en onregelmatige kinderkoppen. Dus het laatste stuk loop ik. Als ik bij het Romatikhotel Burgkeller kom, is het helemaal vol. Ze hebben maar 10 kamers. Jammer, want het ziet er erg goed uit daar bij de Dom en de oude stadspoort. Echt een plaats om te onthouden. Dan maar weer helemaal naar beneden. Dan blijkt het treintje een soort lift te zijn zonder aparte vertrektijden en met zelfbediening. De fiets past erin en zo ben ik snel weer beneden. Toen op weg naar de Marktplatz waar ik een hotel vond. Inmiddels is het bijna 7 uur, ze hebben een kamer en mijn fiets mag binnen staan, dus het ontbreken van Wi-Fi is geen breekpunt. Na een verkwikkende douche ga ik naar een restaurant op de markt. Prima eten en serveersters met goed gevulde dirndels, waarbij de ene een aandachttrekkende ster heeft laten tatoeëren op haar linker boezem. Jammer genoeg wordt de rechter ontsiert door een pleister. Voor morgen wordt weer mooi najaarsweer voorspeld, maar daarna is het weer pet. Het is nog ongeveer 250 km naar Praag. Dus morgen moet ik nog maar een goede slag slaan. Dinsdag schijnt het echt beroerd te worden, de derde dag met regen dit jaar? Misschien dan maar een dagje niet fietsen. Het doel kan zijn Ústí of Litomerice. De terugreis had ik gedacht eerst van Praag naar Dresden met de trein. Dan Dresden zien en vervolgens van Dresden met de trein naar Arnhem. >Maandag 14 oktober 2013 Meißen - Litomerice 144 km Droog, voor een belangrijk deel zonnig Vandaag heb ik bijna de hele dag de Elbe in het oog gehad. Om kwart over acht vertrokken. Het begon met prima fietspaden naar Dresden. Wel moet gezegd worden dat het niet erg opschoot, er zitten veel haakse bochten in en stukjes met kinderkopjes. Maar vrij vlot kwam ik in Dresden, waar ik een sanitaire stop hield en een warme chocolade dronk. Het valt me vanochtend weer op: de mensen zijn niet vriendelijk. Er zijn veel mensen op het fietspad, vooral veel wandelaars met hond of kind. Maar ook veel fietsers, waarvan ik er maar 2 herken als reizigers per fiets. Dat waren ook de enigen die terug groetten. Na 65 km kom ik in Königstein en ga het kleine stadje in omdat de maag gevuld wil worden. Op een pleintje zit Imbiss Connie, waar ik een broodje met Bratwurst neem in het zonnetje op het terras. Het is voorlopig de laatste Duitse maaltijd. Dat vult niet genoeg en denkend aan gisteren besluit ik ook nog wat koolhydraten te nemen. In een kar op het pleintje verkopen ze allerlei soorten koeken en minipizza's. Hier neem ik nog een stuk appeltaart. Heerlijk. Vervolgens moet ik met het pontje oversteken. Het valt me op dat het steeds duurder wordt. In Nederland is een normale prijs een euro of iets meer. Gisteren betaalde ik 1,50 euro en vandaag zelfs twee! Aan de overkant begint het met een fietspad maar dan moet ik een heel stuk op de gewone weg. Ergens heb ik de afslag naar de rechter oever gemist. Als ik op 80 km zit passeer ik de Tjechische grens. Ik fiets een heel stuk op de doorgaande autoweg, die overigens niet heel erg druk is. Zo kom ik in de eerste stad, Decin, waar ik vrij gemakkelijk doorheen fiets. Dan kom ik op een fietspad, een geweldig en nieuw fietspad. Af en toe kom ik weer op de gewone weg, maar er is heel veel en heel goed fietspad. Ik had me er gelet op de ervaringen in Slowakije niet veel van voorgesteld. Maar hier wordt ik echt vrolijk van de inspanningen die de Tjechen hebben geleverd. Ik had al in het boekje gelezen dat ze vorderingen maken met de Elbe-route. Dat betekent niet dat er geen verrassingen zijn. Soms is de bewegwijzering niet helemaal duidelijk, maar dan helpt de GPS me: bij het kopen van het boekje krijg je een code waarmee je de route in je toestel kunt zetten als track. De juiste weg is met een paarse lijn aangegeven op het toestel. Als je daar niet meer opzit, zie je dat op het scherm. Heel handig. Verder zijn er diverse verrassingen, zoals dat je door een stroompje moet fietsen. Dat wordt aangegeven met 'Brod'. Soms zitten er ineens van die grote kinderkoppen tussen, maar dat was ik al in Duitsland gewend. Het grappigste was dat ik bij een stuk industrieterrein ineens een trapje op moest en vervolgens weer een trapje af en daarna door een heel nauw tunneltje moest. Maar hierna ging het weer over op fantastische fietspaden, vaak pal langs de Elbe. Het doel vandaag was Litomerice, een wat grotere plaats waar ik hoop een redelijk hotel te vinden. De laatste vijf kilometer gaan deels over een zo verschrikkelijk slecht fietspad, dat ik bijna alle loftuitingen zou vergeten. Dit stuk is een paradijs voor veldrijders, maar de reiziger per ligfiets loopt er bijna op vast. Zo zout heb ik het zelfs niet in Duitsland gegeten, als scheelt het ook weer niet heel erg veel. In Litomerice, vind ik hotel Roosevelt, gelegen aan de Rooseveltlaan (Rooseveltova). Dat klinkt weer vertrouwd Nederlands. Er hangt een wat typische etensgeur in het hotel, maar de kamer is prima, badkamer ook, de fiets kan in de garage en er is Wi-Fi. Terwijl ik dit typ ben ik in afwachting van de maaltijd in het hotel en drink ik inmiddels mijn tweede Pilsner Urquel. Dat lijkt me een redelijk eerbetoon aan het volk der Tjechen, dat immers het 'pils' heeft uitgevonden (voor de kenners: bier van koude gisting of ondergisting). Vervolgens een prima maaltijd met een soep van zwarte bonensoep en daarna een soort risotto met paddestoelen. Hiermee volg ik Sir Paul met zijn 'No meat on monday'. Alhoewel de Bratwurst van vanmiddag daar niet helemaal bij past. De weerberichten zijn toch weer veranderd. Morgen blijft het droog, de regen komt daarna. Dus ga ik morgen proberen in Praag aan te komen. Dinsdag15 oktober 2013 Litomerice - Praag 106 km Droog, bewolkt De weermannen zijn het niet met elkaar eens. Eergisteren werd voor vandaag regen voorspeld, gisteren dat het droog zou zijn. En nu zegt de ene weerman dat het eerst droog blijft en daarna gaat regenen. Een andere weerman zegt dat het de hele dag zal regenen. Kennelijk is het met weermannen net als met economen: de helft heeft gelijk, maar je weet nooit welke helft. Als ik wakker wordt is de weg nat, maar verder lijkt het droog. Het meisje van het hotel denkt ook aan regen voor vandaag. Toch waag ik het er maar op. Ik ben de straat nog niet op of het begint al te miezeren. Maar het zet niet door en ik begin om de doorgaande weg om een stuk onverhard fietspad te mijden. Het schiet lekker op. Wat mij al de hele tijd, vooral in Tjechië opvalt is de doordringende lucht die er in de dorpjes hangt: volgens mij stoken ze nog steenkool! Na ongeveer 30 km krijg ik weer een prachtig fietspad op maar 1 meter van de Elbe. Dit duurt ongeveer 15 km. Ook in Tsjechië zijn er vrij veel fietsers en wandelaars op de fietspaden. De mensen zijn hier opvallend veel vriendelijker dan in Oost-Duitsland. Daarna komen weer wat gewone fietspaden en dan een verrassing. Ik moet een riviertje oversteken en zie geen brug. Alleen 2 hele grote pijpen die hoog boven de Elbe liggen, zeker 4 meter. Er gaat een trap naar toe en ik klim naar boven. Inderdaad, je kunt er langs. Dus eerst de bepakking naar boven en daarna de fiets. Je zult maar met een elektrische fiets van 30 kg onderweg zijn! Na deze hindernis gaat het weer een tijd goed. Dan loop ik vast op een afgesloten weg. Toch maar proberen, het asfalt ziet er nog helemaal nieuw uit. Een stuk verder blijkt dat het nog aan het aanleggen zijn. Gelukkig kan ik er langs lopen. Vervolgens verder tot een voorstadje van Praag. Ik loop een steile berg op en wordt aangesproken door overjarige hippie en een gewone meneer, respectievelijk uit Californië en Canada. Ze zijn erg geïnteresseerd in de fiets. Is hij van plastic? [neen, van carbon] en waar zitten de trappers [helemaal vooraan]. Er is veel bewondering voor de tocht die ik in 8 dagen aflegde. Na een waarschuwing [voorzichtig, ze zijn geen fietsen gewend] ga ik verder. Aan de hand van de bewegwijzering zou het nog 7 km moeten zijn. Zes km verder is het ineens 4 km en nog 2 km verder is het 11 km. Toch rijd ik volgens de GPS richting Praag. In Praag moet ik eerst enkele bruggen over en dan in een park door een tunnel, maar die is wegens werkzaamheden gesloten. Een vriendelijke heer wijst me omstandig de weg, die ik al lang had gezien op de GPS. Na 5 minuten rijd ik weer verder, door een prachtig park. Ik zie opvallend veel vrouwen met een kinderwagen, onderweg langs de Elbe overigens ook. Het is inmiddels half twee geworden. Ik kom over een brug het centrum in en het valt me gelijk op, wat een dure winkels: Cartier, Burberry's, Mont Blanc, Gucci, Hermès etc. Op een plein is een enorme mensenmassa rondom allerlei straatartiesten. Op een plein verder, het Oude Stadsplein, zit het toeristenbureau naast de beroemde klok met het prachtige uurwerk. De vorige keer dat ik het zag was het plein leeg en de huizen eromheen grijs. Dat was in 1981, voor de val van de muur. Nu was alles kleurrijk aan het hele plein en er stonden vele honderden mensen te wachten op het klokkenspel. Er is bijna geen doorkomen aan met de fiets. Zo druk als hier heb ik het in andere wereldsteden niet gezien. En allemaal toeristen die elkaar en de stad fotograferen. Bij het toeristenbureau vraag ik om een hotel vlak bij het station. Een niet al te vriendelijke mevrouw zoekt via Booking.com en geeft wat advies. Ik weet nu in ieder geval waar ik ongeveer moet zoeken. Het is al tegen kwart voor vier als ik op mijn kamer ben. Ik heb de hele dag nog een koffie gehad en geen lunch. Dus eerst maar eens een Chinees hapje nemen in een restaurant onder het hotel. Pas na 6 uur, als ik al een treinkaartje heb gekocht voor donderdag, begint het te regenen. Dus heb ik goed gegokt door toch te gaan fietsen vandaag. Nabeschouwing Ondanks enkele dagen slecht weer, heb ik toch nog behoorlijke afstanden kunnen maken. Als je graag rustig wilt fietsen over een uitgestippeld traject, zijn de routes van Bikeline ideaal. Maar op die routes door Duitsland is een ligfiets niet altijd handig en al helemaal niet als er racebandjes zijn gemonteerd. Voor de Donauroute geldt dit overigens niet, die kun je daarmee goed afleggen tot Bratislava en met wat meer moeite tot Boedapest. Daarna schijnt het veel moeilijker te worden. Brede banden hebben toch wel de voorkeur en zelfs voor een gewone fiets valt wat te zeggen. Maar de meeste mensen met dat soort fietsen leggen maar 60 tot 80 per dag af, zo vertelde een van de herbergiers. Om die redenen heb ik vrij vaak zelf ter plaatse een weg gezocht. Verder was het fietsen onder minder ideale omstandigheden toch wel een aanslag op het materiaal, dat steeds meer bijgeluiden produceerde en minder soepel werkte. Het fijngevoelige materiaal heeft natuurlijk wel af en toe wat onderhoud nodig. Wat de GPS betreft, ik had de functie energiebesparing aan gezet. Na 15 seconden valt het beeld dan uit. Om het beeld weer te activeren moet je op mijn toestel een klein knopje indrukken en dat gaat niet handig met handschoenen aan. Achteraf bedacht ik pas dat ik de energiebesparing rustig uit had kunnen zetten en handschoenen aan had kunnen doen. Ik had ruim voldoende oplaadbare batterijen bij me. Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat op een GPS een track vaak handiger is dan het maken van een route. Mijn kleding was gemaakt van polyester, wat gemakkelijk droogt als je het hebt gewassen. Maar in het najaar heb wel een verwarmingsradiator op de kamer of badkamer nodig, anders is het de volgende dag niet droog.